Wie de handschoen past

Siem Nijssen maakt met Keep It Cool keepers indirect kopsterk

SIEM NIJSSEN MET TSJOEK IN ACHTERTUIN
Foto: Maarten Omvlee

Nog een half jaar bewegen met brein en body levert Siem Nijssen uit Swalmen volgend voorjaar zijn diploma aan de Fontys Sporthogeschool op. Dan is de keeper van Oranje Blauw’15 uit Posterholt afgestudeerd aan de Eindhovense Academie voor Lichamelijk Opvoeding (ALO). De aanstaande gymleraar brengt wat hij op school leert in Noord-Limburg met keepersschool Keep It Cool ruimschoots in de praktijk. Vanaf 2015 zet de bijna bachelor zijn keepers van jong tot oud gestructureerd aan het denken. Met de visie van zijn docent Frans Bosch, een expert in motorisch leren, als handige handreiking. De Fortuna-fan richt zijn trainingen zo in dat keepers ongemerkt hun eigen bewegingspatronen analyseren en zelf vragen om feedback. Vanuit een altijd duidelijk einddoel wordt de tactiek en techniek van het keepen stap voor stap ‘lichaamseigen’ gemaakt. Op die manier ingeslepen automatismen werken, ook onder druk, in wedstrijden. De kans op keepers die tijdens trainingen technisch uitblinken, maar in wedstrijden onderuit gaan, wordt zo geminimaliseerd. Keep It Cool bouwt bij keepers gestaag aan een gezond zelfvertrouwen. Want wat Frans Bosch beweert, daar is Siem Nijssen ook van overtuigd: snel succes bij motorisch leren is vaak schijnsucces.

“Je moet met je hoofd keepen”, zegt Siem Nijssen, “want keepers kunnen niet zoals voetballers hun verstand op nul zetten.” De doelman die al voordat hij naar VV Swalmen F3 mocht op een veldje tegenover zijn ouderlijk huis schoten van de drie jaar oudere ex-Roda JC-gebroeders Aleksandar en Antonio Stankov stopte, is vanuit de complexe theorie van het motorische leren een voorstander van het zogenaamde indirecte leren. “Als je uitgebreid, met veel instructie, uitlegt waarom bepaalde zaken zus of zo moeten, gaat een keeper teveel nadenken. Dat werkt averechts. Vooral als er in de wedstrijd ineens druk komt te staan op het geleerde. Dan kunnen keepers gaan choken. Dan gaan ze teveel hun best doen en gaat het fout. Dan blijkt dat er een kunstje is aangeleerd en de keeper in z’n hoofd het bewegingspatroon niet goed heeft opgeslagen. Dat heeft nadelige gevolgen voor het zelfvertrouwen en de bewegingspatronen die aangeleerd leken verdwijnen grotendeels.”

Bij het indirecte leren houdt de trainer zijn pupil een totaalplaatje voor; het einddoel waar naartoe gewerkt wordt. Door het kort en bondig aanbieden van een doelmatige context, liefst met een pakkend voorbeeld, krijgt de keeper de kans om zelf na te denken over de manier waarop de aangeboden oefeningen hem kunnen helpen om het einddoel te bereiken. Met reflectie en gedoseerde feed back op de juiste momenten komt de keeper vervolgens tot steeds betere beweegpatronen. Omdat de keeper actief meedenkt, wordt er een beroep gedaan op z’n zogenaamde zelflerend vermogen, de stille kracht achter automatismen en reflexen, die zich zo voorgoed verankeren in het brein. Het geeft tegelijkertijd veel voldoening, omdat de keeper de vooruitgang, vooral in wedstrijden, beleeft als het resultaat van inzet en beleving. Het kost de trainer wel moeite om zijn pupil in de val-en-opstaan-fase de tijd te geven. Het is zo verleidelijk om het heft in handen te nemen en de leermomenten voor te kouwen. De trainer moet actief geduldig zijn. Goed observerend en uiterst alert om met de juiste timing het zetje te geven waarmee zijn pupil zelf verder komt. “Ik biedt op de trainingen eerst het totaal aan. Van daaruit ga ik kijken naar de onderdelen die een keeper moet beheersen. Gaat bij één tegen één situaties bijvoorbeeld de bal er opvallend veel in, dan ga je samen oorzaken zoeken. Vervolgens komen er fragmenten van die situatie naar voren. Die worden dan apart getraind en tot slot weer toegepast in de totaalsituatie.”

Siem Nijssen, die als klein kereltje ging keepen omdat keepers niet gauw worden gewisseld, hoewel vader Fons, zijn keeperstrainer in de jeugd bij VV Swalmen, beweert dat zijn zoon niet zoveel wilde rennen, werkt niet alleen met het principe van het indirecte leren. Zijn trainingsmethodiek is als een smeuïge taart, waar je graag je tanden in zet, opgebouwd. Met motorisch leren, de visie van Frans Hoek en Maarten Arts (Pro Goal) en Teaching Games als in elkaar overlopende lagen. En dat alles overgoten met een saus van keeperstactiek en –techniek. De kers op de taart zijn de totaalplaatjes; de wedstrijdgerichte oefensituaties. “Hoek legt het accent op het vooruit keepen als een soort extra laatste verdediger. Maarten Arts heeft speelse stemoefeningen waarmee je keepers leert om tijdens het bewegen te roepen en te coachen.” Wat bedoelt de Fortuna-fan, hij stond vaak in Sittard achter het doel van Ruud Hesp, dan met Teaching Games? “Dat zijn spelsituaties waarmee je spelenderwijs onderdelen van het keepen oefent. Je kan keepers eenvoudige opdrachten meegeven bij het spel, waardoor ze over de technische kanten van het keepen, waar ze moeite mee hebben, heenstappen in hun hoofd. Zonder belemmeringen oefenen ze onbewust hun zwakkere kanten, omdat ze het spel goed willen spelen. Tijdens zulke spelsituaties krijgen de kinderen meer spelinzicht, moeten ze snel op situaties inspelen, kunnen ze uitgroeien tot elkaars voorbeeld. ” Een illustratie van een Teaching Game, waarbij ‘de handschoen aan twee kanten vangt’, is spikeball. Dit uit Amerika overgewaaide, door squash geïnspireerde spel, speel je van origine op een zacht zandstrand. Met een minitrampoline waaromheen een x-aantal spelers staat. Een bal wordt in de trampoline gegooid en moet na het opstuiten teruggekaatst worden in de minitramp voordat de bal de grond raakt. Het spel kan individueel of in teamverband gespeeld worden. Bij keepersschool Keep It Cool wordt een variant op spikeball gespeeld. Een tsjoek doet dienst als trampoline. Met verschillende maten ballen kan er, want de variaties zijn eindeloos, gekozen worden voor vangen, doortikken of duiken naar de bal. Het grote voordeel van zo’n oefenvorm is dat onbewust de sensoriek, de verwerking van omgevingsinformatie, en de motoriek, de toepassing van doelgerichte bewegingen, intensief aan het werk wordt gezet. Het ingewikkelde stelsel aan zenuwen en spieren, het neuromusculair stelsel, slaat bewegingspatronen op die, mits opdrachten en tussentijdse aanwijzingen wedstrijd gerelateerd zijn, kunnen uitmonden in geschikte automatismen voor een keeper. Een ander voorbeeld van een Teaching Game die de vroegere bewonderaar van Edwin van der Sar gebruikt Bij Keep It Cool is keepersvolley. Waarbij elke keeper een stuk grond moet verdedigen.

SIEM NIJSSEN ARM GESTREKT

DE TUIN VAN HET OUDERLIJK HUIS IN SWALMEN IS DE PLEK WAAR HET KEEPEN BEGON VOOR SIEM NIJSSEN.

Het knappe van de moderne, innovatieve leermethode, die Siem dankzij zijn ALO-achtergrond hanteert is, dat geen enkele keeper bevroedt dat de Fontysstudent een ingewikkelde wetenschappelijke achtergrond feilloos vertaalt naar een luchtig lijkende praktijk. In de Keep It Cool-proeftuin, een mooie opvolger van de achtertuin van zijn ouderlijk huis, waar de passie voor het keepen ontstond, die hij zelf heeft gecreëerd. De specialisaties ‘Strenght and Conditioning Coach’ en ‘Mental Coaching’ die Siem volgde aan de Fontys Sporthogeschool in Eindhoven zorgen ervoor dat differentiëren naar leeftijd en mogelijkheden een tweede natuur is geworden van de keepersschooleigenaar. Daarnaast voelt de Limburger vanwege z’n pedagogische kennis de jeugd goed aan. Hij weet ze te inspireren en positief uit te dagen.

SIEM NIJSSEN VOOR DE SCHUUR

HET TUINHUISJE AAN DE MOLENWEG IS HET MAGAZIJN VAN KEEP IT COOL.

Bij VV Swalmen leerde Siem van keeperstrainer Daan Lebon dat positie kiezen essentieel is voor een keeper. “Ik leerde van hem dat goed staan belangrijker is dan ver kunnen duiken. Als je positioneel goed staat, heb je meer tijd om een bal te pakken. Vandaar dat ik mijn keepers ook train in de tactiek van het keepen. Want een tactische keeper functioneert beter in het hedendaagse voetbal dan een puur technische keeper. Dat wil niet zeggen dat ik niet veel train op techniek. Ook hier gaat het weer om het totaalplaatje. Daarom stel ik de techniek, als een soort rode draad, in dienst van de tactiek. Als een keeper positioneel goed staat, kan hij bijvoorbeeld steekpasses onderscheppen. En komt hij veel minder in één tegen één situaties terecht.” Vanuit die gedachte laat Siem wekelijks zien dat hij, bij Oranje Blauw’15 in de Vierde Klasse, een tactische keeper is met snelle, soepele, technisch sterke bewegingen.

Dat de methode van de part time fitnessinstructeur van Body Work in Roermond aanslaat in Noord-Limburg blijkt uit de clubs waar Keep It Cool actief is. Siem traint bij SVC 2000 (Roermond), SHH (Herten), MBC’13 (Maasbracht) en Oranje Blauw’15 (Posterholt) jeugd, selectiekeepers en dames. De drieëntwintigjarige doelman maakt met zijn aanpak keepers ‘kopsterk’. “Je wil een keeper zelfvertrouwen meegeven. Vandaar dat het belangrijk is om ze, zonder ze vol te stoppen met opdrachten en instructies, de kans te geven mee te denken bij het aanleren van nieuwe dingen. Om nieuwe dingen te leren moet je hen uit hun comfortzone halen. Maar niet teveel, want dan komen ze in de stresszone terecht en gaan ze onnodige fouten maken. Het is belangrijk om de keepers houvast in hun hoofd te geven. Dat vergroot de lol in het keepen, omdat ze daardoor beter weten wat ze doen en waarom. Bijkomend voordeel is dan dat ze door mensen in hun omgeving, die vaak met de beste bedoelingen de meest misplaatste kritiek geven, niet meer van slag raken. Als je weet waar je naartoe werkt, raak je actief betrokken bij het proces om beter te worden.”

Zelf wil de fan van de automatismen en reflexen van Manuel Neuer natuurlijk ook nog beter worden. De leermeester die tegenwoordig tegelijkertijd zijn eigen leerling is, stapte als C-keeper over van VV Swalmen naar SVC 2000. Daar haalde hij in het speeljaar 2013-2014 als senior de Eerste Klasse D. Als stand in voor eerste keus Bas Schoolmeester mocht de Swalmenaar drie wedstrijden in de hoofdmacht het Roermondse doel verdedigen. Na de degradatie naar de Tweede Klasse H, nieuwe trainer Ruud Hendriks nam z’n eigen keeper van VV DVO uit Sittard mee, had Nijssen in 2014-2015 echter geen uitzicht op meer speelminuten in het eerste van SVC 2000. Daarom koos de gymdocent in spe voor Oranje Blauw’15, wat toen nog PSV’35/VV Vlodrop heette. Want speelminuten maken is voor Siem, net als voor elke doelman, de belangrijkste bron om de beweegpatronen die een doelverdediger nodig heeft in de praktijk te perfectioneren. Een terugkeer naar het niveau van de Eerste Klasse is het totaalplaatje dat de initiator van Keep It Cool zichzelf voorhoudt. Als dat lukt krijgt zijn mooiste wedstrijd tot nu toe het vervolg dat de tactisch slimme, technisch begaafde en mentaal sterke keeper, die qua bravoure nog moet groeien, verdient. Op zondag 13 september 2015 stak de vroegere sparringpartner van de Stankovs in een bloedvorm. Onder zware druk, SVC was op eigen veld beduidend beter, stond hij tegen zijn oude maten in de Derde Klasse B aan de basis van de 0-2 overwinning. Zo’n hoogtepunt smaakt structureel naar meer. Want daarin schuilt voor Siem de bekoring van het keepen: “Je kan als keeper heel beslissend zijn. Zowel verdedigend als aanvallend. Met bekeken spelhervattingen kan je een soort pre-assists geven. Ik ben een keeper die altijd probeert het team te helpen door het elftal actief coachend goed neer te zetten. Als dat dan, zoals tegen SVC die zondag, perfect lukt, is het echt genieten in het doel.”

Naar boven