Wie de handschoen past

Chris Wiek traint bij Keepersacademie Wiek ‘Het Duitse Keepen’ dankzij Enke

Foto: Maarten Omvlee

Oog in oog met doorgebroken tegenstanders reageren Duitse doelmannen anders dan Hollandse heiligdombewakers. Met brutale blokkades, grenzeloos geduld en onnavolgbare arm- en beenbewegingen springt Manuel Neuer, het boegbeeld van de Duitse manier van keepen, het meest in het oog. Dat onze keepende Oosterburen mannetjesputters zijn, wisten we al door Sepp Maier, Toni Schumacher en Oliver Kahn. Hun winnaarsmentaliteit, onorthodoxe reddingen krijgen evenveel bijval als technische hoogstandjes, is vanaf de eeuwwisseling verrijkt met, kijk naar Neuer, Leno, Ter Stegen, het ‘handbalachtige’ keepen. Er wordt in Nederland vaak lacherig gedaan over deze katachtige kracht. Bij ons tellen meestal alleen meevoetballende keepers met een oogstrelende techniek mee. In Belfeld legt Keepersacademie Wiek op z’n Duits de vinger op de essentie van het keepen: ballen tegenhouden. Door Chris Wiek, voor hem was Robert Enke een inspiratiebron, is Venlonaar Eric Verstappen bij Eintracht Braunschweig een uitzondering op de regel dat Duitse clubs niets zien in Nederlandse keepers.

Middenin een geestdriftig gesprek over keepen wordt het muisstil op de trap van het clubhuis van VV Belfeldia. Chris Wiek krijgt kippenvel, ‘Gänsehaut’. De naam Robert Enke is gevallen. Dochter Kimi staakt ook abrupt haar deelname aan de conversatie. Het groene Borussia Mönchengladbach tenue, de vijftienjarige keepster draagt de outfit fier, zegt veel over haar toekomst en de achtergrond van haar vader. Chris werd in 1976 geboren in Viersen. Een stad in deelstaat Noordrijn-Westfalen, met nu ruim 75.000 inwoners, vlakbij Mönchengladbach. Vanaf het moment dat hij een bal kan trappen, gebruikt onze Oosterbuur z’n handen: “Toen ik als kleine jongen ging voetballen, ben ik meteen gaan keepen. Ik heb nooit iets anders willen doen. Keepers waren fantastisch. Altijd van die opvallende types. Dat sprak mij aan.”

Wiek valt bij zijn eerste clubs, Concordia en Blau-Weiβ Helenabrunn, allebei uit z’n geboortestad Viersen, meteen zo op dat hij als veertienjarige uitkomt voor het regioteam van Mönchengladbach. In de C-jeugd van de amateurs van 1. FC Mönchengladbach 1894 stoomt keeperstrainer Werner Jentzsch, de vader van ex-VFL Wolfsburg-keeper Simon Jentzsch, ‘Der Gewiekste Torhüter’ als B-junior klaar voor de selectie van Noordrijn-Westfalen: de zogenaamde ‘Niederrhein Auswahl’. Vervolgens mag de vroegere fan van Jean Marie Pfaff en Bodo Illgner, die hij bewondert ondanks dat hij als Gladbach-supporter een aangeboren hekel heeft aan Bayern München en 1. FC Köln, als gastkeeper meetrainen bij ‘zijn’ Borussia Mönchengladbach. Totdat een botbreuk in zijn enkel een mogelijke loopbaan bij de vijfvoudig Duitse landskampioen verhindert. De geschiedenis herhaalt zich nu Kimi, ze dankt haar naam aan coureur Kimi Räikkönen, is geselecteerd voor Borussia Mönchengladbach Dames Onder 16. Wie weet haalt Wieks oogappel in het IJzeren Rijngebied wel de Bundesliga. Na Borussia debuteert Chris bij Sportfreunde Neuwerk 06 als achttienjarige in de Landesliga, destijds het hoogste amateurniveau in Noordrijn-Westfalen. Borussia Mönchengladbach-icoon Wolfgang Kleff is zijn keeperstrainer. Vijf jaar later, haalt Norbert Ringels, de ex-prof van Borussia Mönchengladbach en VVV-Venlo, Chris naar de Duitse tak van Türkiyemspor. In de Bezirksliga, moet de keepende stukadoor zelf zijn trainingen verzorgen. Ringels zegt: “Jij bent zo’n ervaren keeper, doe het zelf maar.” Dat is met zwaar lichamelijk werk viereneenhalf jaar op te brengen. Vanaf zesentwintig jaar, vier keer trainen en ruim veertig uur werken per week bijten elkaar, bewaakt de bouwvakker nog zes seizoenen het doel van meerdere, kleine amateurclubs. Omdat hij het keepen niet kan laten, hoewel door het vele stoeien met gips en duiken op gravel z’n schouders hem in de steek laten.

De nieuwsgierige keepersfanaat, z’n leven lang op zoek naar oefenstof, staat bij ‘Die Fohlen’, eind jaren negentig, als twintigjarige, zo vaak als hij kan te kijken naar trainingen van Robert Enke en Uwe Kamps. Wiek is ‘De Willem van Hanegem van Duitsland’. Wat De Kromme in 1962 bij Velox doet, ballen terugschieten, doet Wiek bij Gladbach. Als de van origine Oost-Duitse Enke op 10 november 2009, net zo als de voormalige Sparta-keeper Wim Landman in 1975, een eind maakt aan zijn leven, is de geboren Viersenaar volledig van slag. “Vroeger kon je dicht bij de spelers van Borussia Mönchengladbach komen. Dat is nu ondenkbaar. Enke was een trainingsbeest. Zoals hij een blok zette. Dat was voor mij een openbaring. Z’n hele lichaam veranderde in een tank met de bewegelijkheid van een turner. Een geweldige keeper, maar ook een fantastisch mens. Nooit kapsones. Hij nam de tijd om met mij over keepen te praten. Na zijn tijd bij FC Barcelona en Deportivo Tenerife heb ik Enke ook nog ontmoet. Hij kwam met hele aparte oefeningen terug uit Spanje. Daar heb ik veel van opgestoken. Toen mijn vrouw Ria vertelde dat hij overleden was, kon ik dat niet geloven. Robert kwam zelfs een keer ballen brengen. Toen ik bij het oude Bökelbergstadion, als B-junior, een wedstrijd speelde en we geen ballen hadden voor de warming up.”

De samenspraak is inmiddels weer in volle gang. Want KlasseKeepers is naar de Sportlaan 9 in Belfeld gekomen voor ‘Het Duitse Keepen’. Toch gaan we met de voormalige stratenmaker, handen als kolenschoppen ondersteunen zijn verhaal, eerst terug in de tijd. Want de drang om keepers te trainen moet verklaard worden: “Ik heb als kind altijd anderen geholpen. Gewoon voordoen hoe ik in het doel stond. Bij Türkiyemspor ben ik noodgedwongen mijn eigen trainingen gaan verzorgen. In het begin hing in hesjes in het net. Dan zei ik tegen spelers: ‘Als ik die pion aanraak, moet je op dat hesje mikken’. Ik haalde de tweede keeper, een jongen van de A-jeugd, er ook bij. Bij de amateurclubs daarna was ik eerste keeper en keeperstrainer tegelijkertijd. Zo werd het geven van keeperstrainingen steeds serieuzer. Vanuit eigen ervaringen en wat ik had onthouden van Enke, Kamps, Jentzsch en Kleff bouwde ik mijn oefenstof steeds verder uit.”

Chris Wiek

CHRIS WIEK DEMONSTREERT DE DUITSE MANIER VAN KEEPEN IN 1 TEGEN 1 SITUATIES.

Als Chris in 2009 verhuist naar Belfeld, vanwege werk bij Maasland Vleeswaren, regelt hij zijn eigen inburgeringscursus. De worstendraaier gaat in Tegelen als spits spelen bij de veteranen van TSC’04. Met collega’s van Maasland om spelenderwijs onze taal onder de knie te krijgen. Als een Maasland-maatje vertelt dat zoonlief in de jeugd van SC Irene wordt uitgemaakt voor slechte keeper, is ‘De Pruis’ in zijn wiek geschoten. “Die jongen speelde in een laag team en kreeg geen keeperstraining. Dan moet je niet zeggen dat de keeper slecht is. Als ik in de D-jeugd bij Blau-Weiβ Helenabrunn niet was gesteund door mijn elftaltrainer, was ik ook niet ver gekomen. Je moet keepers ‘sterk praten’, vertrouwen geven. Nooit mentaal afvallen. Een keeper heeft geen slechte hoek, maar een hoek waar meer aandacht aan besteed moet worden. Vandaar dat ik me die situatie van dat keepertje aantrok.” Omdat SC Irene hem als keeperstrainer niet ziet zitten, gaat Chris de zoon van zijn collega trainen bij buurman TSC’04. Door mond tot mond reclame komen er allerlei keepers van andere clubs naar de Tiglieja Steyl Combinatie. Chris is in de grensstreek de eerste die de Duitse manier van keepen importeert. Vanaf 2011 is VV Belfeldia Wieks thuishaven. Hij begint bij de Geelzwarten, vijftig meter van huis, met Sean van Hameren. Binnen de kortste keer, vader Van Hamerens enthousiasme slaat over op alle Belfederianen, traint Chris alle jeugdkeepers en ook de selectiekeepers van VV Belfeldia. Met Kimi in z’n kielzog leert hij van de jeugd veel beter Nederlands. De Vierdeklasser legt hem voor drie jaar vast in ruil voor de cursus Keepercoach III. In 2014 is Keepersacademie Wiek een feit. Eric Verstappen, dan derde doelman bij VVV, is de eerste prof die, terwijl zijn club het afkeurt, kiest voor de Duitse manier van keepen. Tegenwoordig komen er op donderdag en vrijdag twintig kinderen naar Belfeld. Kimi traint de kleintjes en is de enige assistent van pa. In het nieuwe seizoen starten zestien Duitse jongens en meisjes bij Keepersacademie Wiek op de velden van SV Vorst nabij Krefeld.

Kracht en reactiesnelheid

KRACHT EN REACTIESNELHEID ZIJN BELANGRIJK BIJ DE INTENSIEVE OEFENINGEN.

Met de zojuist gegeven training van Chris Wiek in het achterhoofd komt eindelijk de Duitse manier van doelverdedigen ter sprake. In Nederland wordt ballen stoppen met de voet verguisd. Piet Veldhuizen werd er op afgerekend, Jan Jongbloed nog eerder. De Amsterdammer, geen enkele Nederlander keepte twee WK-finales, gebruikte zijn benen vanuit een handbalachtergrond. Misschien was de ex-D.W.S.’er wel de eerste die op z’n Duits keepte in Holland. Maar niemand hier waardeerde het. Vooral niet na de verloren WK-eindstrijd in 1974. De Duitse keepers zijn er inmiddels groot mee geworden. Neuer-bewonderaar Wiek legt uit wat hij belangrijk vindt. Hoe die manier heet, What’s in a name?, vindt hij minder belangrijk: “Ik laat keepers hun hele lichaam gebruiken om ballen te blokken. Snel druk zetten één tegen één is belangrijk. Druk op de tegenstander zetten en toch lang overeind blijven. Je hoeft een bal niet mooi te vangen. Snel reageren, daar gaat het om. Het maakt niet uit hoe je die knikker tegenhoudt. In Nederland hoor je veel dat keepers alleen maar naar voren moeten vallen. Bij ons maakt het niet uit dat je naar achteren valt. De bal stoppen en ermee naar achteren vallen is prima. Het doel heiligt de middelen.”

Keepersacademie Wiek positioneert keepers aan de hand van drie categorieën: blokafstand, reactieafstand, trapafstand. Bij de blokafstand, de afstand tussen keeper en tegenstander is ongeveer twee meter, hurkt de doelman richting bal, maakt zich met armen en voeten breed en dwingt de opponent snel te handelen. Bij de reactieafstand, een aanval is zes tot tien meter verwijderd van de keeper, staat de keeper breed met armen en benen, op de voorvoeten, met gebogen knieën, klaar om met reflexen de bal af te weren. Is de tegenstander verder dan tien meter verwijderd wordt de trapafstand actueel. Dan gaat de keeper rechtop staan met opengedraaide armen, op de hele voet. Zo is het mogelijk om mee te bewegen en mee te voetballen.

Kimi Wiek

KIMI ZET DRUK OP HAAR VADER IN DE BLOKAFSTAND.

“Wij gaan ook anders met de bal om”, gaat Chris verder, “Wij pakken ballen niet altijd vast. Als we wel klemmen, trekken we de bal niet onder het lichaam. Want dat maakt het vallen lastig, met bijvoorbeeld een elleboog die onder een zij terecht komt. We snijden ook niet altijd in. Als je de knie naar voren schuift, val je vanzelf soepel over het been heen. Duitser keepers rollen daardoor veel door, terwijl ze in Nederland meteen stil liggen.”

Om in bovengenoemde posities goed uit de voeten te kunnen, wordt er veel aan krachttraining gedaan. Elastieken, de ladder en medicinballen, de zware ballen van 1 tot 3 kilo staan voornamelijk ’s winters op het programma, zijn middelen om de arm- en beenkracht te vergroten. De zandbak, Wieks meest volgzame troetelkind, is daar uitermate geschikt voor. “Die gebruiken we vooral in de zomer. Op kousen of blote voeten. Voelen wat je doet. Snelheidsoefeningen zijn zwaar in het zand, maar je kweekt er stabiliteit mee. En doordat je zacht valt, kunnen keepers veel uitproberen.” Bij de oefeningen is er altijd ruimte voor balcontacten. “Eindeloos oefenen zonder bal, vind ik niks. Balgevoel is de basis. We zijn geen droogzwemmers. Even die bal aanraken met de hand of de voet geeft oefeningen een doel om naartoe te werken. Ook springen met de ladder kan je afsluiten met een kaats.” In Belfeld krijgen keepers ook de ‘Torwart Wip’ voorgeschoteld. “Een belangrijk onderdeel van de grondoefeningen die we tijdens warming ups uitvoeren. Zittend of vanuit de kniehouding links en rechts ballen pakken en teruggooien. Overeind komen zonder handen te gebruiken. Je wordt zo soepel, dynamisch, want je ontwikkelt buikspieren en leert vanuit de romp kracht te zetten.”

Korte, krachtige oefeningen zijn de basis

KORTE, KRACHTIGE OEFENINGEN ZIJN DE BASIS VOOR HET OPBOUWEN VAN AUTOMATISMEN.

Zittend op beide knieën reageren in de blokafstand is bij Wiek, die tijdens uitleg eist dat zijn keepers hem aankijken, een repeterende oefenvorm. Wie meer wil weten over de trainingsmethode van Keepersacademie Wiek, kan het beste een duik nemen in de YouTube filmpjes. Daaruit blijkt dat er gefaseerd gewerkt wordt aan het creëren van de typisch Duitse reflexkracht. Wieks woorden zijn een welkome aanvulling op de beelden: “Je kan op een heleboel manieren een bal stoppen. Ik biedt mijn keepers per situatie steeds drie mogelijkheden aan. Die drie opties worden doorlopend herhaald, waardoor er automatismen ontstaan. Vanuit die automatismen komen de reflexen tot stand. En daar heeft elke doelverdediger profijt van. Want als een keeper moet nadenken, is het vaak al te laat.”

Dit verhaal wil geenszins Nederlandse keepersscholen afkraken. Maar Cillessen, Zoet en Stekelenburg hebben een andere stijl dan Neuer, Ter Stegen en Leno. Van elkaar leren is belangrijker. Dat Keepersschool Wiek een meerwaarde voor elke keeper kan zijn om met de Duitse manier van keepen verder te komen staat buiten kijf. De Duits georiënteerde Wiek-methode geeft inzicht in de worsteling van bijvoorbeeld Ajax in het voorbije Europa League seizoen tegen Schalk’04. Toen Ralf Fährmann met reuze reflexen Die Königsblauen lang in de wedstrijd hield.

ERIC VERSTAPPEN

ERIC VERSTAPPEN HEEFT ZIJN OVERGANG NAAR BRAUNSCHWEIG TE DANKEN AAN CHRIS WIEK. FOTO: RIA MEIS

Chris Wiek is in de Bondsrepubliek intussen een bekende opleider, terwijl bij SV Vorst zijn eerste trainingen op vaderlandse bodem nog moeten beginnen. Overal mag de magazijnmedewerker van Naskorsports, net als vroeger bij Borussia, in de keuken kijken. Afgelopen maart nog bij TSG 1899 Hoffenheim. Daar genoot de energieke keeperstrainer van de bezieling van Oliver Baumann. Duitslands ex-jeugdinternational groeide door de intensieve trainingsmethode op latere leeftijd uit tot één van de betere keepers in de Bundesliga. Volgens Chris Wiek toont Baumann aan dat de gedachtegang van Wiel Coerver, die altijd verkondigde dat voetballers op elke leeftijd beter kunnen worden, ook voor keepers geldt.

Chris’ vriend en pupil, Eric Verstappen, kon met zijn overgang van De Graafschap naar Eintracht Braunschweig profiteren van Wiek. Verstappen maakt al vier jaar enthousiast gebruik van de keeperstrainingen van Chris Wiek. KlasseKeepers belde het voormalige PSV-talent op om van de lange doelman te horen hoe een Nederlander ‘Het Duitse Keepen’ ervaart: “Door een andere manier van trainen zijn Duitse keepers completer, krachtiger, dynamischer. Kijk naar de Bundesliga. Daar willen ze geen Nederlandse keepers. Andersom wel. Bij Chris en Braunschweig word je gedwongen om veel met je voeten te doen, te bewegen vanuit je bovenbenen met een aangespannen romp. Meevoetballen is niet zo belangrijk. Ballen tegenhouden wel. Je mag ook op jouw manier vallen. Lars Unnerstall is een goeie voor VVV. Sterk in de lucht, het blokken, en op de lijn. Dat is handig, omdat tegenstanders veel in het Venlose strafschopgebied zullen verschijnen in de Eredivisie. Duitsers stemmen hun oefeningen meer af op wedstrijdsituaties. Je hoeft geen onzinnige ballen uit de kruising te halen of lange series te verwerken. Bij Chris krijg je 1, 2, hooguit drie ballen achter elkaar. Daardoor kan je telkens vol gaan en heb je de kracht om steeds door te strekken. Bij PSV, VVV en De Graafschap kon ik teren op mijn lengte (1.90m KK). Dat lukt met de Duitse manier niet. In Duitsland wordt er naast kracht ook veel op techniek getraind. In de zomer heb ik veel met Chris getraind. Ik kon merken dat m’n spieren het niet meer gewend waren.” Het komt er nu, typisch op z’n Duits, op aan dat Verstappen ook mentaal z’n mannetje gaat staan. Het is bijzonder dat de Limburger, geruggensteund door Chris Wiek, door ‘BTSV’ is gehaald. Zoals gezegd zijn Hollandse goalies in Duitsland net zo zeldzaam als naamgenoot Max in het Formule 1-circus. Maar Eric is drieëntwintig. Brutaliteit is nodig om z’n goede techniek te verzilveren in Brunswijk. Anders blijft ‘Het Lange Talent’ een eeuwige belofte op het tweede plan. De Venlosche keeper doet er alles aan om in fase twee van zijn loopbaan zijn leermeester te belonen met een basisplaats. Het Eintracht-Stadion, waar 20.000 toeschouwers elk thuisduel naartoe komen, lonkt: “Dat zou het mooiste voor ons allebei zijn. Want als je hem laat merken dat je er alles aan doet, gaat Chris voor jou door het vuur! ”

Dat door het vuur gaan voor iemand kan leiden tot mooie resultaten, weet Wiek als geen ander. Ruim dertig jaar geleden ging de vriend van zus Silke door het vuur voor zijn eerste grote liefde. Daardoor werd Wiek een bezienswaardigheid in een regio waar Borussia Mönchengladbach heilig is: de eerste en enige keeper die zijn doel verdedigde met Bayern München handschoenen. Silkes aanbidder was steward in het Bökelbergstadion. Na Borussia Mönchengladbach-Bayern München liep de verliefde knaap, hij wilde een wit voetje halen bij zijn meisje, op Jean Marie Pfaff af met de woorden: “Ik ken een jongen die Bayern haat, maar houdt van jou!” Pfaff stond paf, maar na enige aarzeling gaf hij toch zijn handschoenen mee. De Belgische doelman die bij Bayern genoot van z’n eigen supportersclub voorzag zijn handschoenen, nadat de dubbelzinnige zin van Borussia’s steward was doorgedrongen, zelfs van een persoonlijke boodschap. De jeugdige Chris kon zo voor even in de huid kruipen van zijn excentrieke idool: “Ik voelde me echt Pfaff en heb de handschoenen helemaal aan flarden gekeept. Achteraf jammer. Als ik ze niet had gebruikt, waren het nu museumstukken geweest.”

Naar boven