Een klasse apart

Johan Jansen blijft graag nog lang aan de weg timmeren bij GVVV

Johan Jansen GVVV Dick Gijsbertsen
Foto: Dick Gijsbertsen

In de zomer van 2011, aan het begin van zijn eerste seizoen bij GVVV, wilde Johan Jansen een stabiele keeper worden in de toenmalige Topklasse. Om via een achterdeur terug te keren naar de profs. Na zes seizoenen in Veenendaal timmert de ex-NAC’er aan de weg als vaste waarde en topkeeper in de Tweede Divisie. De ‘Zwevende ZZP’er’ overtuigde in de voorbije speelronde de fans van De Blauwen, die tot dan toe half om half gehakt van hem hadden gemaakt, definitief van zijn kwaliteiten. GVVV’s speler van het seizoen 2016-2017 heeft daardoor zijn eerder opgebouwde Waterreus-imago eindelijk afgegooid. De balverliefde bouwvakker is uitgegroeid tot een klasse clubkeeper: ‘De Ten Rouwelaar van Sportpark Panhuis’. Terwijl notabene Ten Rouwelaar vanaf 2007-2008 Johans doorbraak bij NAC blokkeerde, nadat Jelle begin 2000 de elfjarige Jansen een hartverwarmende schouderklop met handtekening had gegeven.

Johan Jansen ligt inmiddels, nuchter als de fysiek sterke timmerman is, niet meer wakker van het betaalde voetbal. De keeper die op 20 april 2008, met Jelle ten Rouwelaar en Edwin Zoetebier als concurrenten, debuteerde voor NAC Breda in de Eredivisie tegen NEC (1-3), koestert zijn status aan de Verlengde Sportlaan in Veenendaal. “Ik weet hoe het profwereldje eruit ziet. Bij NAC (2007-2010 KK) en Almere City FC (2010-2011 KK) heb ik dat meegemaakt. Dat wereldje ligt mij niet zo. Ik gedij niet goed in een ieder-voor-zich-cultuur, waarin geld en vrouwen belangrijk zijn voor je status. Ik ben een allemansvriend die geniet van de gemoedelijke sfeer in Veenendaal en bij GVVV. Niet dat de supporters niet kritisch zijn. Ze zijn zelfs heel direct, maar daar hou ik wel van. Ik ben een liefhebber die niet voor het geld voetbalt. Laat mij maar vierhonderd wedstrijden spelen voor GVVV en genieten van mijn gezin met mijn lieve vrouw Christel.” Na zes seizoenen GVVV, de teller staat op 194 officiële duels, is de balvaste Barnevelder volledig ingeburgerd bij de Gelders Veenendaalse Voetbalvereniging. De luidsprekerboxen die hij in de GVVV-kleedkamer heeft opgehangen met materiaal uit zijn rode gereedschapskist zijn, vooral na een overwinning, onmisbare sfeermakers geworden.

JELLE TEN ROUWELAAR EN JOHAN JANSEN

JELLE TEN ROUWELAAR EN JOHAN JANSEN. FOTO: JOHAN JANSEN

Het leven is helaas lang niet altijd mild geweest voor de geboren Terschuurder. Aanvankelijk lijkt er geen vuiltje aan de lucht, omdat de juniorkeeper die met zijn ouders van Terschuur naar Voorthuizen is verhuisd, van succes naar succes springt. Johan is, na de jeugd te hebben doorlopen van VV Terschuurse Boys een gewild talent. In Barneveld (SDVB) en Ermelo (DVS’33) kijkt men reikhalzend uit naar zijn komst: “Ik had voordat ik van Terschuurse Boys naar SDVB ging een testwedstrijd gehad met DVS’33 A1 tegen SDVB A1. SDVB-trainer Henk van de Pol was daar ook. Terwijl DVS’33 mij wilde hebben, vertelde Van de Pol dat ik beter naar SDVB kon komen in plaats van steeds op de brommer heen en weer te tuffen naar Ermelo. De afstand Voorthuizen-Barneveld was vergeleken met Voorthuizen-Ermelo inderdaad een peulenschil. Ik heb toen gekozen voor het advies van Henk.” DVS’33 grijpt dus mis en de vanggrage Voorthuizer gaat voor SDVB spelen. Tijdens Jong SDVB-Jong GVVV maakt Johan opnieuw indruk. De scouts van NAC maken een goed rapport over hem. Barnevelder Alfred Schreuder is ook gecharmeerd van de balveroverende belofte. De toenmalige Feyenoord-speler met een SDVB-verleden, volgt ’s avonds veel trainingen van SDVB en hoeft niet alleen op de wedstrijden af te gaan voor een positief oordeel. “NAC begon interesse te tonen en ik heb bij Ajax en PSV een testtraining gehad. Dat was best bijzonder. Ik weet nog hoe het er in Amsterdam aan toeging. Fred Grim beoordeelde mij, Sonny Silooy gaf voorzetten, gepakte ballen moest ik snel uitgooien naar Ronald de Boer. Met Peter Bosz heb ik ook gesproken. Die was toen technisch directeur bij Feyenoord.” Ondanks belangstelling van drie Nederlandse topclubs kiest Jansen toch voor NAC. Hoe is het mogelijk? “Alfred Schreuder heeft mij in contact gebracht met NAC. Bij Ajax, PSV en Feyenoord kon ik alleen bij de A-junioren komen. Bij NAC mocht ik als A-junior meteen met de selectie meetrainen. En in Breda kon ik overnachten, werd m’n rijbewijs betaald èn kreeg ik een contract voor twee seizoenen met een auto van de zaak. Daardoor werd het mij makkelijk gemaakt om te kiezen voor NAC. Later belde Vitesse mij ook nog op.”

Het kan niet op met zo’n succesvolle zoon in ‘Huize Jansen’. Er lijkt gezien Johans postuur en uitstraling een nieuwe Stekelenburg aan te komen. Euforie alom. Vader Wout, voormalig sluitpost van VV Terschuurse Boys en VVOP uit Voorthuizen, is samen met zijn vrouw zo trots als een pauw. Na het tekenen van het contract bij NAC mag de Van der Sar-idolaat, Johan schreef als tiener met een Ajax-poster boven zijn bed brieven naar ‘De Vliegende Hollander’, op zeventienjarige leeftijd debuteren in SDVB-1. Sterk Door Vriendschap Barneveld speelt in de Eerste Klasse D District Oost van de KNVB. Er zijn nog vijf wedstrijden te spelen en met een goede keeper is er is nog een kleine kans om in 2007 kampioen te worden. Na een goed thuisdebuut keept de nieuwe doelman van SDVB z’n tweede duel met ‘de grote jongens’ in Apeldoorn tegen CSV. Wout Jansen, die op de fiets vanuit Voorthuizen is overgekomen met een paar kennissen, zegt na afloop tegen zijn zoon: “Je hoeft niet te douchen Johan, want je had niks te doen!” Op de terugweg slaat het noodlot toe. De eenenvijftigjarige Wout krijgt een hartstilstand, waar reanimatie door z’n reisgenoten niets aan kan veranderen. Zo wordt Johan ruw beroofd van, gezien zijn keepersverleden, een ideale voetbalvader. Met pijn in het hart haalt Johan vier wedstrijden in SDVB-1, voordat hij aan het begin van het seizoen 2007-2008 naar NAC gaat. Hij blijft goed keepen en bewijst zich al vroeg als evenwichtige doorzetter. In een enerverende tijd met uiteenlopende emoties. Een week na het overlijden van zijn pa staat het duel tegen de kampioensconcurrent DOVO op het programma. Vooraf is er één minuut stilte in Barneveld. Johan is geëmotioneerd en diep onder de indruk. Hij en zijn nieuwe voetbalmaten dragen allemaal een rouwband ter ere van Wout. Door wederom goed keeperswerk, Johan wil perse spelen om z’n hoofd even leeg te maken, een goede teamprestatie en een dik verdiend gelijk spel moet DOVO, de latere kampioen, het binnenhalen van de titel nog even uitstellen.

JOHAN JANSEN. FOTO: HV FOTOGRAFIE - JEROEN VAN BARNEVELD

JOHAN JANSEN. FOTO: HV FOTOGRAFIE – JEROEN VAN BARNEVELD

Als GVVV voor het seizoen 2011-2012 met hulp van hun keeperstrainer Khalid Benlahsen Johan Jansen binnenhaalt, verwachten de GVVV’ers in Veenendaal dat de Messias met handschoenen is aangetrokken. Als bij de start van het seizoen Benlahsen, voormalig doelwachter van GVVV (1999-2003) en huidige keeperstrainer van Feyenoord, op vakantie is, beleeft de nieuwbakken GVVV-goalie een valse start. Zijn terugkeer naar de amateurs, na drie seizoenen NAC, één seizoen Almere City FC, voelt aan als beton storten op drijfzand. “Trainer Erik Assink kon niet kiezen tussen Niels Willemse en mij. Daarom keepten wij om en om. Verre van ideaal dus. Ik kon mijn draai wel vinden in de groep maar je weet als je een fout maakt dat het klaar is. Door een blessure van Willemse heb ik, toen Benlahsen terug was, mijn kans uiteindelijk gegrepen.” Vanaf die eerste mentale overwinning op Sportpark Panhuis zet de fiere vader van zoon Nick (2,5) en kersverse dochter Emma Jasmijn (4 weken oud), z’n zinnen op GVVV. Precies zoals Johan Wallet, zijn eerste keeperstrainer in de jeugd van Terschuurse Boys, hem kent. Want als gevaarlijke F-jes-spits maakte de Barneveldse timmerman in 1994 vastberaden en voorgoed de gang naar de goal. Omdat hij na elk potje zoveel penalty’s stopt. Op 20 dinsdag december 2011 is dat, net als nu, nog steeds één van zijn kwaliteiten. Die ervoor zorgt dat de Ik Hou van Holland-kijker na zijn debuut bij SDVB weer een machtig moment mag bijschrijven in zijn keepersloopbaan. “Het was de achtste finale van de KNVB beker. We hadden de profs van Excelsior uit met 0-3 uitgeschakeld en pakten op Spangen Sparta ook nog eens met penalty’s. Ik stopte er twee. De laatste van Donovan Slijngaard had ik zelfs klem. Als keeper haal je nooit een tien, maar die avond zat ik behoorlijk in de buurt van een 9,9.”

Toch wordt Johan door die superprestatie tegen Sparta, zijn latere puike pot in de kwartfinale tegen AZ, GVVV verliest op 1 februari 2012 in Alkmaar slechts met 2-1 van de profs van Gertjan Verbeek, en een knappe vijfde plaats in de Topklasse Zaterdag niet als een verlosser voor de toekomst gezien. Wat Ronald Waterreus voor elkaar moet boksen bij PSV, moet Johan Jansen bij GVVV ook bewerkstelligen: de kritiek van supporters aanhoren en veelbelovende concurrenten laten lachen als keepers met kiespijn. Aan het begin van bijna elke competitie krijgt Jansen zogenaamde ‘broodnodige’ opvolgers voor z’n kiezen. Hard trainend en zelfkritisch maken de doordouwers het verschil. De Limburger laat in Eindhoven Stanley Menzo, Patrick Lodewijks, Ivica Krajl en Georg Koch in het stof bijten. Z’n Gelderse evenknie in Veenendaal laat Christian de Haan (Achilles’29 – Jupiler League), Sven Taberima (Ajax-jeugd, SC Heerenveen, SV Spakenburg) en Kevin Rijnvis (Argon, Sparta Nijkerk) op hun tandvlees lopen. Johans bijnaam ‘De Waterreus van GVVV’ gaat vijf seizoenen lang een eigen leven leiden. Pas in het afgelopen speeljaar komt de kentering: de uitgesproken waardering waar de geheelonthouder lang op moest wachten. De eigen club roept de VI-volger, die na jaargang 2015-2016 al door ONEkeeper wordt uitgeroepen tot beste doelman van de Topklasse Zaterdag, eind mei dit jaar ook uit tot beste speler van het seizoen. Na een derde plaats op de ranglijst van het GVVV-spelersklassement in 2012-en 2013, een tweede plaats in 2015, raakt Jansen door het pakken van veel punten bij de Blauwe-aanhang vol de roos. Uitgerekend in een seizoen dat GVVV voor het eerst sinds dertien jaar een negatief doelsaldo heeft: 51-63. Met de meeste tegengoals sinds de matige elfde plaats in 1964-1965 uit de Tweede Klasse A: 42-67. “Het is een raar en geweldig gevoel tegelijkertijd. Maar na een knotsgek voetbaljaar (2016-2017 KK) was dat toch mijn beste seizoen tot nu toe.” Albert van der Sleen, de keeperstrainer die na één jaar GVVV is aangetrokken door de jeugdopleiding van PSV, legt uit waardoor Johan het publiek voor zich heeft gewonnen: “Na drie maanden vroegen de mensen aan mij: ‘Wat heb je met die jongen gedaan dat hij nu zo goed speelt?’ Het viel iedereen op dat Johan veel rustiger was en ineens goed meevoetbalde. Geen ballen meer de tribune in roste. Dat waren ze schijnbaar niet gewend. Zijn beperkte meevoetballen had, hoorde ik later, eerder veel stof doen opwaaien. Het heeft mij niet verbaasd dat hij zo goed speelde. Johan is groot en sterk (1.89m / 104kg KK) en durft te komen. Hij pakt veel voorzetten en heeft inderdaad een prima trap gekregen. Dat ligt niet aan alleen mij. Ik heb vooral veel mentaal met hem getraind. We hadden een klik, want ook hij is, net als ik altijd bij FC Eindhoven en NEC was, een trainingsbeest. Zoiets betaalt zich altijd uit. Met Andre Krul (Spakenburg), Niels Kornelis (De Treffers) en Jean Paul van Leeuwen (Excelsior Massluis) was Johan de beste keeper in de Tweede Divisie. Jansen is daarnaast een fantastische sfeermaker. Altijd met het team bezig. Hij mag weleens wat meer eisen van anderen, want voor zichzelf is hij ook streng. Als deze topgozer wat brutaler was geweest had hij het misschien wel gered in het betaalde voetbal. In de Jupiler League kan hij in ieder geval zo mee.”

DE NIEUWSTE CONCURRENT VAN JOHAN JANSEN HEET BART VAN DE BEEK. FOTO: HV FOTOGRAFIE - JEROEN VAN BARNEVELD

DE NIEUWSTE CONCURRENT VAN JOHAN JANSEN HEET BART VAN DE BEEK. FOTO: HV FOTOGRAFIE – JEROEN VAN BARNEVELD

Van zoveel lovende woorden gaat ‘De Reus van Panhuis’ niet naast z’n schoenen lopen. Zijn nuchterheid en onverschrokkenheid hebben hem in zes seizoenen GVVV gemaakt tot wat hij nu is: een vaste waarde, ‘De Ten Rouwelaar van De Blauwen’. “Ik weet wat ik kan, heb natuurlijk vertrouwen nodig, maar ben als mens en vader ook wijzer geworden. De kritische geluiden van de afgelopen seizoenen heb ik gebruikt om juist mentaal te groeien. Zo kan ik nu beter tegen m’n verlies, omdat ik het voetballen beter kan relativeren. Zeg nou zelf, er zijn ergere dingen dan verliezen. Denk aan de plotselinge dood van mijn vader, de blijvende hersenschade van Abdelhak Nouri of het zware ongeluk van onze eigen Joey Snijders. Drie voorbeelden van mensen met een mooie toekomst waarbij het noodlot keihard toesloeg.

Nu de voorbereiding op het nieuwe seizoen in volle gang is, krijgt de reusachtige rechtspoot alweer zin om de één van het keepersshirt, hij heeft bij GVVV nooit een ander nummer gehad, op zijn rug te voelen. Vol vertrouwen heeft de keeper die zweert bij zwarte keeperskleren, wegens afwezigheid van Danny Lücke, de opvolger van ‘Appie’ van der Sleen, zijn nieuwe concurrent Bart van de Beek als gelegenheidskeeperstrainer verwelkomd bij GVVV 24 juli jongstleden in de stromende regen op de eerste seizoenstraining. Dat de van Zondaghoofdklasser DESO overgekomen nieuwe nummer 23 een kop groter is, hij tien jaar geleden met Erwin Mulder knokte om een plek in Jong Feyenoord en Bart met z’n tweeëndertig lentes een lange loopbaan in de top van het amateurvoetbal achter de rug heeft, boeit de vier jaar jongere vaste waarde van GVVV niet: “Ik ben nooit bang geweest voor mijn concurrenten, ze mogen echt iedereen naar Veenendaal halen.”

De klassekeeper die elf pond en drieënvijftig centimeter op z’n geboortekaartje heeft staan, beseft dat hij nog beter kan worden als hij gericht aandacht besteedt aan z’n turbulente torso: “Mijn bewegelijkheid kan nog beter. Dat zei Van der Sleen vorig seizoen ook en dat klopt. Daarin wil ik nog stappen maken. Dus sneller naar de grond gaan en flexibeler worden in één tegen één situaties is mijn streven. Natuurlijk blijf ik dominant voor de goal keepen. Als je voorzetten en steekpasses eruit haalt hoef je ook minder vaak noodsprongen te maken.” Nu zoon Nick al net zo branievol rondstuitert met handschoenen aan om ballen te vangen, kijkt Johan Jansen dubbel genietend vooruit. “Ik reken op een plek in de top vijf van de Tweede Divisie. We hebben een goeie groep. Natuurlijk wil je als sportman kampioen worden, maar of het wenselijk is om te promoveren naar de Jupiler League? Mijn contract loopt tot 2019, maar ik hoop hier echt nog heel lang te spelen.”

Naar boven