Wie de handschoen past

FUNdament gerichte Van der Sleen omarmt ‘beeldende vorming’ bij PSV

Albert Vd Sleen PSV
Foto: Maarten Omvlee

Diep zittende keepers zijn al tijden passé bij PSV. Albert van der Sleen, bij wie het keepen anderszins heel diep zit, helpt jeugdkeepers als een vader met de modernste inzichten verder. De vijfenvijftigjarige oud doelman van FC Eindhoven en NEC teert bij het opleiden van keepers niet op z’n tweeëntwintig seizoenen als prof. De in Acht geboren Eindhovenaar geniet van de oefenstofinnovaties die het keeperstrainersteam van PSV ontwikkelt. Op De Herdgang wordt gewerkt met masterclasses. Daarin vliegen aansprekende beelden van befaamde keepers voorbij. Safes van De Gea, Oblak, Courtois, Buffon zorgen voor inspiratie, bewustwording, verbeteringen. Als onderdeel van de app ‘theGreatMatch.com’ richt de vroegere bewonderaar van Liverpool-doelman Ray Clemence zich uit pure hartstocht voor het keepen ook op de jeugd tot twaalf jaar. Als daar, in het FUNdament van het voetbal, het keepen op de juiste wijze wordt aangeleerd, hoeven BVO’s minder af te leren en heeft Nederland genoeg keeperstalent in huis.

Op z’n vijftiende debuteert Albert van der Sleen, die tot en met de C1 makkelijk scoort als middenvelder, in het eerste elftal van VVAE: Voetbal Vereniging Acht Eindhoven, tegenwoordig VV Acht. De A-junioren slaat hij gemakshalve over. Na vijf speeljaren in de onderste regionen van het amateurvoetbal tipt toenmalige PSV-scout, Gerrit van Tilburg, FC Eindhoven. Van 1983 tot en met 2000 groeit de telg van Geert van der Sleen, oud rechtsbinnen van VV ’t Groenewoud en verstokt EVV Eindhoven-fan, aan de Aalsterweg uit tot meubilair waar een olifant met een gerust hart in onderuit zakt. Door de klik qua gogme in Nijmegen met zijn idool Johan Neeskens verdedigt het olijke ochtendmens, kleine Albert fietst om half vijf ’s morgens graag met z’n vader mee naar de Eindhovense steenfabriek Van Hapert, tussen 2000 en 2005 elf maal de kleuren van NEC in de Eredivisie. De oudste eredivisiedebutant van eigen bodem weet uit ervaring hoe belangrijk mentaliteit is: “Ik was geen geweldige keeper, maar het was bij mij wel de dood of de gladiolen. Als die bal voor mij moest zijn, nam ik alles onderweg mee.”

UIT STAND EEN BAL PAKKEN KON IN 2003 ALS KEEPER VAN NEC NOG. FOTO: BROER VAN DEN BOOM

Van buiten oogt de gewezen keepers- en assistent trainer van FC Eindhoven, SC Heerenveen, NAC Breda en GVVV als een fitte vijftiger. Tussen de oren waart de jonge, leergierige geest van een gedreven tiener. Net zoals in 1978: het jaar van zijn doorbraak bij VVAE. Bruce Grobbelaarachtig fonkelende ogen verraden de nooit aflatende passie voor het keepen. Door die magnifieke mix voelt Van der Sleen zijn pupillen uitstekend aan bij PSV. “Jonge keepers beter maken, dat is mijn passie. Omdat ik altijd met keepen bezig ben geweest, heb ik voor mijn gevoel nog nooit gewerkt. Je ervaringen en doorzettingsvermogen overbrengen op die jongens en dat koppelen aan wat er vandaag de dag gevraagd wordt van een keeper vind ik een geweldige uitdaging. Wij moesten vroeger diep zitten, maar dat kan nu niet meer. Het spel is zoveel sneller geworden. Je moet nu hoog staan om snel van positie te kunnen wisselen. Vroeger kon je ook veel verder voor het doel staan. Alle afstandsschoten gingen rechtdoor. Als je dat nu doet, moet je zo staan dat je ook weer op tijd terug kan stappen, want de ballen gaan niet meer rechtdoor. Wat wel hetzelfde is gebleven is dat het er komen vanuit de A-junioren naar de senioren nog steeds het moeilijkste is en er blijven nog moeilijker.”

Met zijn kennis en beleving past de in Nijmegen woonachtige routinier perfect in het trainersteam dat de keepersopleiding van PSV vorm geeft. Ruud Hesp traint de selectiekeepers, Abe Knoop de keepers van Onder 19 en Onder 23, Albert van der Sleen de goalies van Onder 15, -16 en -17. Stefan Toonen heeft Onder 13, Onder 14 en het zogenaamde FUNdament, de talentvolle jeugd tot twaalf jaar die als enigen niet in Eindhoven maar in de eigen regio door PSV worden getraind, onder z’n hoede. De ‘Vier van De Herdgang’ hebben de keepersopleiding van PSV zo aantrekkelijk gemaakt dat keeperstalenten kiezen voor een toekomst bij de landskampioen. Zo komt volgend seizoen de veertienjarige Rick Jonkers over van De Graafschap, ondanks de befaamde deskundigheid van keeperstrainer Edwin Susebeek in Doetinchem en belangstelling van Liverpool en Ajax.

ALBERT VAN DER SLEEN VOELT ZICH OP Z’N PLEK BIJ PSV. FOTO: MAARTEN OMVLEE

De vraag waarom de keepersopleiding van PSV zo aanspreekt, duikt dan automatisch op. Die wil de vroegere concurrent van Dennis Gentenaar bij NEC graag beantwoorden: “Wij willen geen kweekvijver zijn voor andere clubs, maar zelf onze tweede- en derde keeper, en als het meezit onze eerste doelman, opleiden. Daarom besteden wij, sparrend met elkaar, volop aandacht aan het verbeteren, innoveren en individualiseren van de oefenstof en bewustwording en begeleiding binnen en buiten de lijnen. Trainingen en wedstrijden worden gefilmd. Dat levert clips van anderhalve minuut op die we met de keepers via een app communiceren. Iedere keeperstrainer schrijft wekelijks per keeper een kort rapport. We hebben een sportpsycholoog voor zowel de jeugd als ons zelf als trainers. Zo blijven we scherp wat betreft de beste benadering en didactiek. Want we zijn ook een soort keepersleraren. Rond elke keeper is een team actief. Eens per kwartaal evalueert dat team, inclusief vertegenwoordigers van school en gastgezin, hoe een talent er als keeper en mens fysiek en mentaal voor staat en wat de nieuwe doelen worden. Dat geeft onze keepers een goed gevoel. Keepers opleiden omvat veel meer dan ze alleen leren ballen tegen te houden. Wat we natuurlijk ook doen. Want we houden hier van het aanvallende keepen.”

Natuurlijk hanteren andere BVO’s in de top van het Nederlandse profvoetbal een gelijkwaardige aanpak. Dus komt er een vervolgvraag als een simpele voorzet uit de lucht vallen: “Wat maakt de keepersopleiding van PSV dan bijzonder?” De FC Eindhoven-coryfee, Albert was erbij toen de stropdas van de voorzitter eind vorige eeuw werd afgeknipt, wijst meteen naar de ‘beeldende vorming’ van PSV: “Wij werken met masterclasses. Korte instructies waarin we beelden tonen van keepers uit de hele wereld. Onderwerpen als flankballen, blok zetten en één tegen één-duels komen zo aan bod. Die items passen bij de driewekelijkse thema’s die we op het veld trainen. We trainen nog teveel zoals we vijfentwintig jaar geleden ook trainden. Terwijl het voetballen enorm is geëvolueerd. Daardoor moeten we meer inspelen op wat keepers momenteel nodig hebben: atletisch vermogen, explosiviteit, sneller voetenwerk, meevoetballen. Sinds keepers moeten meevoetballen, hebben we in Nederland geen spijkerharde verdedigers meer. Dat is in andere landen compleet anders. We laten zien wat onze keepers kunnen verwachten. Om ze te leren situaties te herkennen en duidelijk te maken wat goede en slechte keuzes zijn. Door goed naar Jan Oblak te kijken, vanwege z’n rust een favoriet van mij, zie je dat een keeper niet altijd, zoals in mijn tijd, diep hoeft te zitten. Oblak staat hoog. De Sloveen is daardoor wendbaarder en sneller in het zich verplaatsen voor het doel. Als er een schot van dichtbij komt, dan pas zit Oblak diep.”

IN 2004 SAMEN MET DENNIS GENTENAAR IN HET GOFFERTSTADION VAN NEC. FOTO: BROER VAN DEN BOOM

Albert van der Sleen leert nog elke dag bij. Dat houdt hem jong. Zelf ballen uit het doel ranselen, met de stoïcijnse blik van een gladiator, dat gaat niet meer. In februari 2013 was het brein voor het laatst jonger dan het lichaam. Met Jong SC Heerenveen meetrainen, leverde een gescheurde achillespees op. Vandaar dat vernieuwen als opleider hedendaags aanvoelt als tussen de palen staan: “Bij doelpogingen van dichtbij hebben keepers de neiging om achterover te gaan hangen. Het is een natuurlijke afweerreactie. Dat kwamen we veel tegen op de beelden en bij onze talenten. Daar hebben we met z’n allen een oplossing voor verzonnen. Door voorafgaande aan de uitgangshouding eerst met twee armen tegelijk een korte achterzwaai te maken, komt het lichaamsgewicht ongemerkt op de schouders te liggen. Je staat dan licht voorover gebogen en kan weer, wat wij graag zien, aanvallend keepen. Dat staat nu in ‘De Keepersbijbel’ van Abe Knoop. Abe documenteert alles, zodat die verbetering in de toekomst niet verloren gaat.”

Van der Sleen is een positivo. Tegen de supporters in Nijmegen stak hij vijf seizoenen lang steevast een duim op. Het leidde in 2007, twee jaar na zijn vertrek bij NEC, tot de oprichting van carnavalsvereniging ‘De Duumkes’. In z’n werk bij PSV gaat dagelijks de duim ook omhoog: “Ik vind het geweldig om met die gasten bezig te zijn. Ik probeer ze te begrijpen en te helpen. Ik stond in oktober 2009, ik werkte bij SC Heerenveen en we moesten voor de Europa League op bezoek bij Hertha BSC, in het Berlijnse Olympiastadion in het doel toen Gerald Sibon vanaf zo’n dertig meter op mij begon te schieten. Met zo’n nieuwe Europese bal. Die waren voor het eerst net zo licht als de bal die Adidas had gemaakt voor de Afrika Cup van 2008 (de ‘Wawa Aba’ KK). Die nieuwe Europa League-bal leek net een strandbal, zo licht. Na drie ballen ben ik gestopt. Dat sloeg helemaal nergens op. Die ballen sloegen links en rechts een meter uit het lood. Dan snap je meteen waar jonge keepers tegenaan lopen. We hebben veel talenten hier, maar talent is geen garantie dat ze zullen slagen. Je moet ze ook mentaal sterk maken. Van beloften van een jaar of negentien wordt al gauw verwacht dat ze net zo weerbaar zijn als keepers van achterin de twintig. Wij zijn er als trainers om ze daarin de juiste houvast te geven. Als jongens extra willen trainen, dan moet je ze belonen. Als is het om twee uur ’s nachts, dan kom ik gewoon naar De Herdgang.”

DE DRIVE VAN VROEGER HEEFT VAN DER SLEEN NOG ALTIJD. FOTO: BROER VAN DEN BOOM

In z’n vrije tijd is de ex-VVAE’er dan ook keepersambassadeur bij de voetbalapp van Guido Budziak: ‘theGreatMatch.com’. De voormalige assistent van Marco van Basten bij SC Heerenveen verzorgt voor Budziak de oefenstof voor keepers. Zo is Albert van der Sleen betrokken bij wat ze bij PSV, zoals gezegd, het FUNdament noemen. Uitgewerkte tekeningen met animaties zijn duidelijke handvatten voor trainers in het amateurvoetbal. “Het zijn officieel oefeningen voor keepers van veertien tot achttien jaar. Maar de trainingsvormen zijn te vertalen naar een jongere leeftijd. Je moet wat geven aan al die vrijwilligers die graag de jeugd trainen. Zodat jonge keepers er beter van worden. De keepers tot twaalf jaar zijn een braakliggend terrein. Hoe meer zij goed aangeleerd krijgen, des te meer wij hoeven af te leren als het ze lukt om bij te komen.” De ‘Handyman van De Herdgang’ is het eens met een oude mening van Khalid Benlahsen. In 2007 ventileerde de huidige keeperstrainer van Feyenoord in Voetbal International: ‘Nederland heeft genoeg keeperstalent’. “Dat is zo. Alleen verwaarlozen we op vroege leeftijd een hoop potentiële talenten. Daarom moet je de trainers van de allerjongsten helpen. Zij zijn de grondleggers van de talenten die wij hier krijgen. Daar valt een enorme winst te boeken. Als ik een jongen van zestien binnenkrijg en ik moet hem een hoop afleren, dan ben je zo twee jaar verder.”

FOTO: MAARTEN OMVLEE

Voor ‘De Keeperskumpel van PSV’, die als een kameraad voor z’n keepers door het vuur gaat, is de cirkel rond. Tot en met acht jaar woonde Albert in Acht. Daarna kwam hij als Eindhovenaar al op De Herdgang toen er nog een gebouw van Philips stond. “Toen ik vorig seizoen hier kon komen, voelde dat als thuiskomen. Hoewel ik zeventien seizoenen voor EVV Eindhoven en SBV Eindhoven, vanaf 2011-2012 werd dat FC Eindhoven, gespeeld heb. De meest memorabele confrontatie met PSV vond plaats in de kwartfinale van de beker in 1999. Helaas bleef een stunt uit. We gingen thuis met 0-5 onderuit. Ik werk nu met een Blauwwitte-achtergrond bij de Roodwitten. De enige die daar moeite mee zou hebben gehad is mijn vader. Hij is in 2007 overleden en maakte van elk seizoen van mij een plakboek. Pa was een bloedfanatieke EVV-fan. In 1954 ging bij hem de vlag uit toen EVV de laatste landskampioen van het amateurtijdperk werd. EVV hadden veruit het beste elftal. De overgebleven, echte, oude EVV’-aanhangers hebben er nog steeds moeite mee dat de rollen nu zijn omgedraaid.”

Tijdens het handen schudden na het interview, wat met links moet, want Alberts rechterhand tikte al klussend een cirkelzaag aan, laat het erelid van ‘De Duumkes’ merken dat zijn linkerhand het dichtst bij zijn keepershart zit. Een tip tot slot gaat natuurlijk over keepen: “Ze moeten een camera in de goal hangen die de baan van de bal volgt. Wat voor route legt een bal geschoten vanaf zo’n twintig meter af? Uitgaande van honderd kilometer per uur, heb je maar een paar seconden om te reageren.” Het is opnieuw een idee om met beelden bewustwording te kweken. Een inval waar Loris Karius, de verre opvolger van Ray Clemence, sinds kort hoogstwaarschijnlijk volledig achter staat.

Naar boven