Wie de handschoen past

Jagers schieten al 20 jaar met keepersschool in de roos

Lambert Jager KlasseKeepers
Foto: Maarten Omvlee

De Papendalse vestiging van Keepersschool Midden-Nederland is de oudste keepersschool van ons land. De geestelijke vaders, Lambert en Rob Jager, voelen zich, ondanks het feit dat ze dat wel waren, geen pioniers. Wat in 1995 in Lunteren, op verzoek van een paar ouders, begon met vier jeugdkeepers is via de velden van Quick 1888 Nijmegen op Sportcentrum Papendal uitgegroeid tot een vaste waarde in keeppersschoolland.

De passie van Lambert Jager voor de leergierigheid van jeugdkeepers is feilloos overgeslagen op zijn zoon Rob. De nog altijd balverliefd, fit ogende zestigjarige ex-keeperstrainer van De Graafschap, FC Zwolle, Cambuur Leeuwarden, Vitesse en AGOVV, kon in 2010 met een gerust hart zijn levenswerk overdragen aan zijn 28 jaar jongere zoon. Rob is, in een tijd waarin ons kikkerland lijkt te worden overspoeld door keepersscholen, de nieuwe drijvende kracht achter de Papendalse tak van Keepersschool Midden-Nederland. Dat de ex-goalie van Echteld het stokje overnam van z’n vader, toen zijn voorbeeld vertrok naar Beijing om de keepers van Nanchang Bayi beter te maken, is voor insiders de gewoonste zaak van de wereld. De troonsopvolger, die begin deze eeuw Alwies Hendriks in z’n nadagen bij Quick 1888 nog een boost gaf, was in 1998 op zestienjarige leeftijd Neerlands jongste gediplomeerde keeperstrainer allertijden.

Vader en zoon vullen elkaar perfect aan als het om het hoe en waarom van keeperstrainingen gaat. Dat komt niet doordat ze allebei geschoold zijn door Frans Hoek. Hun keepersschool, met in de praktijk ontstane oefenstof, is gebouwd op een specifieke benadering van jeugdkeepers die, vanwege constante verfijningen, de tand des tijds moeiteloos doorstaat. Rob, hij krijgt altijd een kick van anderen beter maken, verafschuwt rechtlijnigheid: “Techniek is niet altijd het belangrijkste. Als je verkeerd staat, heb je weinig aan een goede techniek. Vandaar dat we altijd een tactisch- én technisch onderdeel inbouwen in elke training. Zo kan je op verschillende manieren insnijden en is op de voorvoeten staan ook niet heilig bij ons. We kijken naar de motoriek en lichaamshouding van de kinderen en laten ze niet onnodig op hun tenen lopen. In plaats van blind te hameren op de voorvoeten, is het dikwijls effectiever als je vraagt of ze hun schouders wat meer naar voren willen kantelen. Dan komt het lichaamsgewicht automatisch meer op de voorvoeten te liggen. Flexibele oplossingen helpen kinderen om op hun manier een goede keeper te worden.”

Rob Jagers stelling, dat je ondanks technische ‘mankementen’ toch een goede keeper kan worden, bewijst heden ten dage Hannes Thor Halldórsson. De kersverse Viking van NEC oogt absoluut niet als een stilist. De methode van de ex-goalie van Brann Bergen, NEC’s voormalige Europa Cup 2 tegenstander, bestaat eruit dat hij simpelweg gefocust is op het tegenhouden van ballen. Maar met zijn autodidactische, onorthodoxe keepersstijl, een variant op Lamberts keepersboek ‘De bal mag er niet in’, heeft de man uit Reykjavik het wel geschopt tot de nationale doelman van IJsland. In de jaren tachtig deed Toni Schumacher, met tegen alle regels indruisend voetenwerk, hem dat voor in Duitsland.

De Nijmeegse keepersschoolhouder, in zijn jeugdjaren werd Rob vanwege een houterig ogende stijl vergeleken Edwin van der Sar, drukt z’n stelling vervolgens klemvast tegen de borst: “Vanwege de verschillende keepers- en speelstijlen zullen wij nooit bepaalde profkeepers als voorbeeld op een voetstuk zetten. Je kan niet zeggen dat Courtois of De Gea dé ideale keeper is. Dan kweken we na-apers die vergeten te kijken naar waar zij zelf goed in zijn. Ik kan ook geen definitie geven van een klassekeeper, want elk team heeft een ander soort doelman nodig. In Engeland moet een goalie hoge ballen pakken in het strafschopgebied. Omdat Bayern München hoog druk zet, wordt er van Neuer geëist dat hij ver van het doel meevoetbalt.”

Lambert, die voor Piet Velthuizen van 2005 tot 2009 bijna belangrijker was als mental coach dan als keeperstrainer, vult aan: “Bij ons wordt er onbevooroordeeld gekeken naar het individu. Hoe staat de keeper? Hoe doet hij mee? Hoe anticipeert hij op wat er voor hem gebeurt? Van daaruit kijken we naar wat we een keeper kunnen leren en wat niet. Je moet aandacht besteden aan wat je hem kan leren. We praten met de kinderen over hoe ze het keepen ervaren. Hoeveel lol hebben ze in het doel? Wat gaat er goed? Wat kost veel moeite? We frustreren de jeugd niet met een keurslijf aan standaardoefeningen die door iedereen hetzelfde moeten worden uitgevoerd. We willen geen robots opleiden, maar door een goede interactie helpen bij het verbeteren van in aanleg aanwezige kwaliteiten. Met geduld, duidelijke leerdoelen en een positieve benadering kweek je een sfeer waarin er fouten gemaakt mogen worden. In een veilige omgeving kan het zelfvertrouwen zo zelfbewust toenemen. Bij elk schouderklopje zie je ze groeien. Dan groei ik mee!” De keeperscoach, zijn grootste succes boekte hij met het begeleiden van ‘Pietje’ van Vitesse-A1 naar het Nederlands Elftal, is geen ster in Engels, maar weet vanuit zijn natuur hoe belangrijk een open-minded benadering is. Vitesse overhandigde hem een dik dossier met kritiek op Velthuizen, voordat Lambert ook maar één bal op de Nijmegenaar in Arnhemse dienst had afgevuurd. Het negatieve boekwerk belandde met een slingerworp à la Gomes in de eerste de beste papiercontainer.

Lambert Jager, in 2005 koos de geboren Edenaar bij Vitesse voor een fulltime voetballoopbaan en durfde de huidige inwoner van Nijmegen-Noord zijn baan als expeditieleider bij de Renkumse papierfabriek Parenco op te zeggen, geniet ervan dat hij in Papendal niet meer de kar hoeft te trekken: “Ik kan komen en gaan wanneer ik wil. Ik ben een vliegende keep geworden. Alles loopt zonder mij ook op rolletjes. Ik ben trots op Rob. Hij is m’n ideale opvolger. Dat de keepersschool van ‘niets’ tot iets is geworden, is een heerlijk gevoel.” Tussen de regels door wordt duidelijk dat de handen van de ex-keeper van Eerbeekse Boys, RVW (Renkum) en Renswoude nog steeds jeuken. De 1.87m lange ‘doener’, hij groeide in de jaren zestig op met de zweefduiken van Jan van Beveren, wil nog minimaal drie jaar aan de slag met jeugdkeepers. Niet bij de keepersschool van zijn zoon, maar het liefst bij de jeugdopleiding van een BVO. Waar de man, die Barry Ditewig in 1999 op weg hielp van DOVO naar SC Heerenveen, ook werkt; de jeugd heeft van jongs af aan zijn hart gestolen. Het afgelopen seizoen illustreert zijn passie. Bij Al Ahli, de grootste club van Tripoli, trok de voormalige vertrouweling van Harald Wapenaar, Peter van der Vlag, Diederik Boer, Stefan Postma, Jurgen Wevers en Gino Coutinho naast zijn werk met de keepers van de selectie dertig Libische koters kosteloos keepershandschoenen aan. Helaas was dit pionierswerk deze keer geen lang leven beschoren door de toename van geweld in Libië.

Op Papendal trainen na de vakantie voor het eenentwintigste seizoen, onder leiding van Rob Jager, zondags vijftig jonge keepers. De voormalige jeugdkeeper van Fortissimo, Bennekom, DOVO en Spero, treedt als pater familias van een bijzondere keepersfamilie in de voetsporen van z’n oudeheer. De keepersschool levert de van origine CIOS-trainer geen volledige baan op, maar de hartstocht voor de jeugd, het keepen en coachen van zijn trainers overstemt moeiteloos alle gesprekken op het terras van Hotel West End waar Klassekeepers.com hem sprak. De verkoper binnendienst van Van Gent Forklift Parts benadrukt bevlogen: “Van 10.00 tot 12.00 is het genieten met de jeugd van 7 tot 18 jaar op het ‘ouderwetse’ natuurgras van Papendal. Niet dat we tegen kunstgras zijn, maar het valt wel lekker zacht. Onze school heeft een paar jaar geleden zo’n 75 kinderen gehad. Dat was echt teveel. Er kunnen er nu nog een paar bij. We gaan voor kwaliteit. Niet voor kwantiteit. Vandaar dat we niet aan de weg timmeren met reclame. Ze mogen best wat moeite doen om ons te vinden. De kinderen moeten willen komen. Dat is de beste basis om aan de slag te gaan. Met zo’n 50 deelnemers in 7 groepen, hebben we drie trainers die vrij rondlopen. Zo kunnen we individueel de jeugd helpen en elkaar scherp houden. De sfeer is heel goed. Regelmatig hebben de achttienjarigen moeite om afscheid te nemen. We werken in een seizoen met acht blokken van vijf weken. In elk blok besteden we aandacht aan een specifiek onderdeel van het keepen. Achtereenvolgens passeren in één jaargang uitgangshouding, voetenwerk, insnijden, vangtechniek, positie kiezen, werpen en trappen, het verwerken van hoge en lage ballen en coachen de revue. Behalve passie, lef, reflexen en de motoriek, die laatste kan je in onze optiek hooguit 10% verbeteren, is alles trainbaar.”

De Papendalse versie van Keepersschool Midden-Nederland boekte in 2014 succes met Thomas van de Lienden. Dit talent kon de overstap maken naar de jeugdopleiding van NEC. Naast het verzorgen van clinics is de keepersdag bij DTS’35 (Ede) al negen jaar op rij een begrip voor 120 jeugdkeepers. Dit jaar heeft DOVO, samen met Bennekom de club waar Lambert z’n eerste keeperstrainingen gaf, op 8 mei 2015 met succes ook zo’n dag laten organiseren door Rob Jagers keepersschool.

Pa Jager kan het niet laten om tot slot nog even uit z’n slof te schieten met een anekdote, een bewering en een specialiteit van de school van zijn zoon. Hij liep vroeger weleens de kantine in als hij bij een wedstrijd van Robert Hendrik stond te kijken en Lambert het keepersplezier van zoonlief dreigde te vergallen met goedbedoelde aanwijzingen. Maar niet meepraten over keepen is als een abonnement nemen op Sport 1 en niet naar de televisie kijken: “In 2004 werd ik gebeld door Joop Hiele. Die was toen keeperstrainer bij PSV. Op verzoek van de oud-Feyenoorder heb ik een proeftraining in Eindhoven gezien van Gomes. PSV had twijfels, omdat de lange Braziliaan niet mee kon voetballen. Na de training gooide Gomes vanuit het doel de ballen naar Hiele, die op de middencirkel stond met het ballennet open. Eén voor één mikte Gomes de ballen er feilloos in. Ik heb toen gezegd ‘Laat hem uitgooien in plaats van meevoetballen en uittrappen’. Hiele reageerde verbaasd.”

Lambert en Rob Jager KlasseKeepers

Lambert en Rob Jager. Foto: Maarten Omvlee

De auteur van ‘De bal mag er niet in’, het door Aad de Mos bejubelde boek uit 2008 met wedstrijdgerichte oefenstof, waarmee hij weigerde aan de weg te timmeren, ergert zich aan het hedendaagse lijnkeepen: “Hoge ballen pakken lijkt tegenwoordig wel een schande. Je ziet in ons land haast geen één keeper meer uitkomen in de zestien. Het argument dat er tegenwoordig met veel effect voorzetten worden gegeven, vind ik misplaatst. In mijn tijd waren de ballen zwaarder en gingen ze harder. Niet dat vroeger alles beter was, maar Pim Doesburg, Piet Schrijvers, Jan van Beveren en Ton Thie bleven echt niet op hun doellijn staan. Cillessen blijft, net als bijvoorbeeld Robin Ruiter en Kevin Vermeer, ook vaak met hoge ballen in het vijfmetergebied afwachten. Dat vind ik erg….doodzonde!”

Het valt te raden dat de Keepersschool van Rob het uitkomen stimuleert en de jeugd leert om als doelverdediger ruimte te creëren, waardoor er tijd is om in de hoge bal te klimmen. Een andere bijzondere insteek van de keepersschool maakt Lamberts epiloog rond: “Terwijl anderen het voorkomen van reddingen hoog in het vaandel hebben staan, worden bij Rob alle oefeningen juist afgesloten door een redding. Natuurlijk besteedt zijn opleiding ook veel aandacht aan coachen en organiseren, maar een spectaculaire redding is de ultieme beloning voor de keeper. Vroeger bij Renswoude zorgde ik er elke wedstrijd wel voor dat ik een keer lekker kon zweven. Een pasje opzij deed wonderen. En dan stapte ik met een voldaan gevoel van het veld. Dat gevoel geeft Rob gelukkig zijn keepers elke week mee.”

Naar boven

SALE !