Een klasse apart

Keepen is koorddansen voor Quick’20-goalie Felix van Berkel

Foto: Gerrit Snippert

Quick’20 was na zestien wedstrijden de hekkensluiter van de Derde Divisie Zondag. Toch denkt doelman Felix van Berkel dat de Oldenzaalse ploeg degradatie kan ontlopen. De geboren Utrechtenaar stoelt zijn overtuiging op het relatief lage aantal doelpunten dat hij heeft moeten incasseren. Met vierendertig tegengoals in de eerste zestien ontmoetingen stond Quick’20 er op dat gebied beter voor dan de middenmoters Dongen en Westlandia. Het euvel van de rode lantaarn zat ‘m dan ook in het scoren. Met twaalf treffers was Quick’20 veruit de minst productieve ploeg van de Derde Divisie. Daar zal tijdens de rest van het seizoen de winst gehaald moeten worden. Met Van Berkel heeft Quick’20 volgens keeperstrainer Michel Veurink de beste keeper van de regio in handen. De eenendertigjarige routinier is gelouterd in promoveren en degraderen. Door ups en downs bij Avanti Wilskracht, Sportclub Enschede, FC Suryoye Mediterraneo en Quick’20. De gedreven gymleraar, voor het derde seizoen de onbetwiste nummer één op Sportpark Vondersweijde, schuwt zenuwslopende duels niet. Des te meer druk des te beter. De Iker Casillas-fan beleeft keepen als koorddansen; risicovol durven te balanceren op de dunne lijn tussen held of schlemiel zijn.

Wie Felix van Berkel recht in de ogen kijkt, waant zich in de wereld van een oer-Tukker, Viking bijna. ‘Kom maar op’ straalt de dertiger uit. Alsof zijn wieg in Enschede stond. Toch trapte de voormalige student van het CIOS in Enschede en de ALO te Nijmegen voor het eerst in clubverband tegen een bal in Utrecht. Als ‘kabouter’ bij DOSC; de Dolderse Sportclub die vanaf 1948 in Den Dolder uitgroeide tot één van de grootste omniverenigingen van Nederland. Dat de enige zoon van Maarten en Alette van Berkel de onverzettelijke Tukkersmentaliteit uitstraalt als een autochtone Twent, komt doordat Felix vanaf z’n vijfde jaar opgroeide in Glanerbrug. Z’n vader kreeg vlakbij zijn nieuwe woonplaats een niet te weigeren aanbieding om te komen werken in de Overijsselse graveerindustrie. In het Overijsselse grensdorp, waar ooit een meteoriet een dak doorboorde, werd Avanti Wilskracht, beter kan een Twent z’n manier van doen en denken niet kwijt in een clubnaam, de ideale voetbalclub voor de dreumes uit de Domstad om in het doel te belanden. Vanaf Avanti F1 was de huidige sushi-fanaat verknocht aan keepen: “Keepen vond ik meteen het leukste. Ik had ook het idee dat ik dat goed kon. Als klein kereltje dook ik overal op om een bal te pakken. Op de stenen van het schoolplein, op asfalt. Niets was te gek. Want duiken vond ik het mooiste wat er bestond.”

Felix van Berkel

‘KOM MAAR OP’, ZO VERDEDIGT FELIX VAN BERKEL ONVERSCHROKKEN ZIJN DOEL. FOTO: GERALD VAN ZANTEN

Bij Avanti wordt Felix op waarachtig wilskracht een goede keeper. Joop Westendorp kneedt het Wilskracht-talent als eerste. De keeperstrainer van Avanti leert de huidige Quick’20-goalie op een magnifieke manier de grondbeginselen van het keepen. De leergierige leerling speelt mede daardoor altijd in de hoogste jeugdelftallen. Direct doorstomend vanuit de A-junioren naar het eerste elftal. Michel Veurink, bij Avanti Van Berkels tweede keeperstrainer en tegenwoordig opnieuw zijn keeperscoach bij Quick’20, was vanaf 2005 gelijk gecharmeerd van de wijze waarop Van Berkel, ondanks z’n bescheiden 1 meter 76, een winnaar werd in het doel: Ik zag dat er bij Felix een goede kop op zat. Dat is belangrijk. Vol voor elke bal gaan. De wil om beter te worden en vooral de wil om te winnen heeft hij altijd gehad. Ook al is hij in Utrecht geboren, in het doel is hij een rasechte Tukker. Daardoor speelt hij al ruim twaalf jaar op een hoog amateurniveau. Het is genieten om zo iemand te mogen trainen.”

Michel Veurink loopt als een rode draad door het keepersleven van Felix van Berkel. Bij Avanti Wilskracht (2005-2011) was de eigenaar van Keepersuniversity Michel Veurink zoals gezegd Van Berkels keeperstrainer. Bij Sportclub Enschede (2011-2013) coachte de ex-profkeeper van FC Twente en Heracles Almelo ‘De Utrechtse Tukker’ als keeperstrainer en, vanwege een herseninfarct van Theo Vonk, eveneens als hoofdcoach. Bij Quick’20 (2015-2018), waar Veurink de selectiekeepers traint, zijn de twee gelijkgestemde keepersfanaten dit seizoen weer herenigd. Van Berkel waardeert de rol die Veurink heeft gehad: “Michel is degene die mij verder heeft gebracht. Hij is gepassioneerd, houdt net als ik van pittig, wedstrijdgericht trainen en is lekker recht voor z’n raap. Geen geklets over koetjes en kalfjes, geen oeverloze series, maar veel afwisseling en ronduit zeggen wat er beter moet. Door zijn manier van trainen, die nieuw voor mij was, ben ik proactief gaan keepen. Afwachten is bij hem taboe. Michel heeft mij verder gebracht.” Door Felix’s hang naar ‘het explosieve keepen’, op gevoel en vol beleving, werd Michel Veurink ook buiten het veld een sparringpartner.

Felix van Berkel

PROACTIEF KEEPEN IS DANKZIJ MICHEL VEURINK EEN KWALITEIT VAN FELIX VAN BERKEL GEWORDEN. FOTO: ROBERT MOLNAR

Dat de klik tussen Van Berkel en Veurink wederzijds is, wil de keeperstrainer die zelf ook respect afdwong onder de lat bij Sportclub Enschede best verduidelijken: “Felix heeft de afgelopen jaren veel geleerd. Ik durf te zeggen dat hij momenteel de beste keeper van onze regio is. Hij heeft een geweldige winnaarsmentaliteit, goed trap en enorme sprongkracht. Het is een goed meevoetballende, complete keeper. Een voorbeeld voor jeugdige talenten. Ik ken hem al lang en het is nog steeds top om met hem te mogen werken. Kortom een goede keeper en een fijn mens die altijd voor anderen klaar staat.”

Felix van Berkel

ONDANKS 1.76M OP KARAKTER STERK BIJ HOGE BALLEN. FOTO: GERALD VAN ZANTEN

Felix van Berkel is een laatbloeier. In het seizoen 2015-2016 is hij pas echt doorgebroken door zijn onverwachte overgang naar Quick’20. De in Glanerbrug opgegroeide doelman leek begin 2015 nog af te steven op een roemloos einde van zijn loopbaan, toen hij, net als de gehele selectie, vanwege een conflict pardoes stopte bij FC Suryoye Mediterraneo. Quick’20-trainer René Nijhuis heeft hem vervolgens persoonlijk uit het keepersdrijfzand getrokken. De reddende engel verklaarde op 28 januari 2016 tegen Tubantia: “Ik volg veel spelers, en dat was ook het geval bij Felix. En uiteindelijk is hij binnen deze selectie de enige speler die zich niet heeft aangeboden, maar die ik hoogstpersoonlijk heb benaderd. (…) Veel clubs maken de fout om niet naar het karakter van een speler te kijken, of diegene wel in de selectie past. Dat doen wij wel. Hebben we ook bij Felix gedaan. Zijn karakter is even belangrijk. Felix is ook op dat vlak belangrijk voor de ploeg. Hij heeft wat meer ervaring, kan de rust bewaren en is ook nog eens een sfeermaker. Hij past daardoor precies binnen deze selectie.” Met de negenentwintigjarige Van Berkel als solide sluitstuk in een prima selectiepuzzel promoveerde Quick’20 in 2016 door de nacompetitie vanuit de Hoofklasse C naar de Derde Divisie. De lenige laatbloeier had daarin tijdens een grandioos debuutseizoen, met acht clean sheets, een belangrijk aandeel. Vriend en vijand vroeg zich af hoever de huidige Enschedeër qua niveau zou kunnen komen. De keeper in kwestie, die bij zijn debuut voor Quick’20 op 21 juli 2015 voor 4000 toeschouwers tegen het Southampton van Ronald en Erwin Koeman genoot van het uitkappen van Southampton spits Shane Long, denkt dat er nog rek zit in z’n mogelijkheden: “Nu ik weet dat ik in de Hoofdklasse en Derde Divisie goed presteer, denk ik dat ik ook nog één stap hoger aan zou kunnen. Ik ben nu 31, dus als ik fit blijf, liggen er normaal gesproken nog een aantal mooie keepersjaren in het verschiet. Veel trainers hebben gezegd dat als ik tien centimeter langer zou zijn geweest, ik de top van het amateurvoetbal had kunnen halen. Maar ik ben daar niet zo mee bezig, want ik wil een goede balans houden tussen werk, voetbal, vriendin en mijn kinderen. Hoger spelen betekent ook vaak meer trainen. Dat mag niet ten koste gaan van mijn sociale leven. Hoewel HHC Hardenberg natuurlijk een prachtige club zou zijn om een stap hogerop te maken.”

Felix van Berkel

ALS ‘KEEPENDE KOORDDANSER’ VOL RISICO GAAN VOOR ELKE BAL. FOTO: ROBERT MOLNAR

Inmiddels hebben de voorspellende woorden van ‘Quick’s Flying Felix’ handen en voeten gekregen. Door drie winstpartijen dit jaar (EVV-Quick’20 1-2 , Quick’20-De Meern 1-0, Quick’20-HSC’21 2-0), alleen Jong Vitesse was op eigen veld met 1-2 te sterk, staan de Zwartwitten niet meer op de laatste plaats. Door twee maal de nul en zes belangrijke treffers, zowaar de helft van de doelpuntenproductie in de eerste zestien duels, gloort er in een alles-of-niets-fase weer hoop op klassenbehoud aan de Primulastraat in Oldenzaal. De druk van alles-of-niets past Van Berkel als op maat gesneden keepershandschoenen. De doelman die Joe hart bewondert vanwege zijn no nonsense stijl vol lef, beleving en gevoel, houdt van koorddansen in het doel: “Dat is het mooiste van keepen. Je gaat er vol voor, vooral als je strijd tegen degradatie. Je kan zomaar de ene week de absolute matchwinnaar zijn, de held, en de zondag erop de schlemiel. Ik hou ervan als er veel druk op de wedstrijden staat. Met balanceren op het lijntje haal ik het beste uit mezelf.” De ‘Nik Wallanda van Quick’20’ hoeft niet op een uiterst dunne staalkabel de Grand Canyon over te steken. Als hij met z’n in Overijssel aangeleerde lef ballen uit z’n doel ranselt, zal Quick’20 een grote kans maken om, wie weet zonder play-offs, de plek in de derde Divisie Zondag te behouden. Of er dan clubs op een hoger niveau worden waker geschud door de kwaliteiten van de ervaren ‘import-Tukker’, hij is nog altijd volop fan van FC Utrecht, zou in de herfst van zijn carrière een mooie bekroning zijn voor jarenlang karaktervol kanjeren in het doel. De kleinste keeper van de Derde Divisie zorgt in ieder geval voor een hoge mate van houvast in het balanceren van Quick’20 tussen hoop en vrees. Op eenzelfde soepel, zwevende manier zoals Almeloër Wilfried Brookhuis, de ex-prof van De Graafschap en N.E.C., dat begin jaren tachtig bij ‘De Trots van Tukkerland’ ook deed.

Naar boven