Wie de handschoen past

Ex-topklassekeeper verklaart meevoetballen niet heilig

Erik Makaay De Treffers KlasseKeepers
Foto: Jan Peters

Erik Makaay kon na negen seizoenen als vaste waarde en aanvoerder in het doel van De Treffers (2002-2011) het voetballen nog niet vaarwel zeggen. De trotse vader van zoon Lorenzo (13) en de dochters Georgina (11) en Selina (7) had in 2005 en 2009 een belangrijk aandeel in twee Groesbeekse Hoofdklassetitels. De geboren Wijchenaar eindigde met de Roodzwarten daarna in het eerste jaar van de Topklasse (2010-2011) achter kampioen FC Oss op een keurige vijfde plaats. Momenteel speelt de voormalige viswinkelexploitant als laatste man en opnieuw aanvoerder in de Vierde Klasse E bij SV Nijmegen.

Erik Makaay De Treffers

Erik Makaay als aanvoerder in het doel van De Treffers. Foto: Jan Peters

Natuurlijk heeft Klassekeepers.com met de ex-keeper van niet alleen De Treffers, maar ook VV Trekvogels, SV Hatert en zelfs VVV Venlo, gesproken om te achterhalen wat in zijn ogen belangrijk is om een klassekeeper te worden. Tegelijkertijd is zijn voetballoopbaan als speler en doelman te interessant om daaraan voorbij te gaan.

Als zesjarige, balverliefde branieschopper nam vader Ruud hem mee naar Diosa in Balgoij. Bij de club waar Makaay senior secretaris was, trapte de watervlugge, makkelijk scorende Erik voor het eerst in teamverband driftig tegen een bal. Pas op vijftienjarige leeftijd kwam hij bij de Nijmeegse Vierdeklasser Blauw Wit op spectaculaire wijze in het doel terecht: “Ik was tweedejaars C-junior bij Blauw Wit. Met mijn vader stond ik tijdens de warming up langs de kant. Ik had een knieblessure. Leunend op krukken vergaapte ik me aan mijn voetbalvrienden. Toen de wedstrijd begon, was mijn trouwe supporter opeens z’n zoon kwijt. Het duurde even voordat pa doorhad dat ik na een razendsnelle omkleedactie in het doel was beland. We hadden onverwacht een keepersprobleem. Voetballen ging niet, maar keepen vanaf dat moment des te beter.”

Tussen de regels door komen we door deze anekdote uit bij het eerste en wellicht belangrijkste advies dat Erik Makaay in petto heeft voor ambitieuze doelverdedigers: “Naast plezier is lef het allerbelangrijkste voor keepers. Lef heb je van nature. Ik geloof niet dat je die karaktertrek aan kan leren. En keepers met bravoure hebben meer kans om het ver te schoppen. Ze beschermen zichzelf daarmee, want de meeste aanvallers lopen graag een blokje om als ze een keeper zien uitkomen die, terwijl hij vol gaat voor de bal, alles onderweg meeneemt. Door aangeboren lef straal je meer rust uit, ben je niet bang om fouten te maken en heb je meer zelfvertrouwen. Precies wat de enige speler die zich geen ketsers kan veroorloven goed kan gebruiken!”

Bij lef komt ook adrenaline om de hoek kijken. Dat levert bij het eerste advies een kanttekening op die elke sporter in z’n zak kan steken. De twee jaar jongere broer van gewezen wereldspits Roy Makaay had als kwaliteit het snel aanmaken van deze neurotransmitter. Tevens meldt de hedendaagse huisvader dat het stresshormoon voor hem ook een valkuil kon zijn: “Als bij De Treffers in de kleedkamer de bel klonk om te gaan beginnen, ging bij mij meteen de knop om. Soms ging ik tijdens de wedstrijd door een overdosis aan adrenaline weleens te ver. Dan liet ik mij te makkelijk provoceren. Dat heeft regelmatig onnodige kaarten opgeleverd. Dus heb ik geleerd dat alleen een gezonde hoeveelheid adrenaline prima is. Daardoor ben je als keeper scherp en geconcentreerd en sta je op je voorvoeten. Ook als je maar één moeilijke bal krijgt in negentig minuten heb je zo de grootste kans om die te pakken.”

Luuk Maes, de ex-NEC-verdediger waarmee Erik vier seizoenen samenspeelde bij De Treffers (2004-2007) illustreert de kracht van Makaay: “Erik was een klassekeeper. Onomstreden bij ons in die tijd. Een geweldige reflexkeeper met veel charisma. Hij was een vaste waarde, waar je altijd op kon vertrouwen. Nooit van slag als hij een fout maakte. Elk seizoen pakte hij punten. Buiten het veld vaak nog een grotere druktemaker dan binnen de lijnen. Ver voor de goal was hij een extra verdediger. Hij haalde de steekpasses eruit. Aan de bal sterk. Met een goed overzicht. De titel in de Hoofdklasse C (2005) was voor een groot deel aan hem te danken. Als spits had je gegarandeerd een moeilijke middag. De derby’s tegen Achilles’29 waren hem vanwege z’n scherpte en flair op het lijf geschreven.”

Vanwege keepersmoed en doorzettingsvermogen stond Erik Makaay in 1995 als achttienjarig broekie al onverdroten onder de lat bij de grote jongens van het eerste elftal van de Nijmeegse voetbalclub VV Trekvogels. Als ‘Rukmus’ trok hij de aandacht van VVV. In Venlo werd Makaay in 1997 derde keeper achter Frank Kooiman en huidige VVV-keeperstrainer Wim Jacobs. Die status leidde onverwachts tot z’n eerste en enige spelminuten in het betaalde voetbal. Op 19 augustus 1997 stond hij in het uitduel tegen SC Veendam oog in oog met Arjan Ebbinge. Nadat de tegenwoordige knuffel-Groninger van NEC na 26 minuten Veendam op voorsprong had gezet, betrad Erik Makaay als invaller voor Kooiman het veld op De Langeleegte. 3521 toeschouwers keken naar een nieuwe ster aan het keepersfirmament die onbevangen tegenstanders uitkapte in zijn eigen strafschopgebied. De debutantdoelman pakte overtuigend een clean sheet, waardoor Milko Pieren zeven minuten voor tijd de gelijkmaker en tevens eindstand kon produceren. Doordat Hennie Spijkerman halverwege 1998, als opvolger van VVV-trainer Henk van Stee, tegen reeds gemaakte afspraken in, koos voor Rein Baart als nieuwe doelman, had de nieuwe Komeet van De Koel ineens geen toekomst meer in Limburg. Het bewees dat lef alleen niet genoeg is om door te breken bij de profs. De factor geluk mag dus nooit onderschat worden: “Als Henk van Stee was gebleven was ik eerste keeper geworden bij VVV. Nadat VVV hun belofte verbrak, heb ik m’n contract, dat tot 2002 doorliep, verscheurd. Achteraf gezien was ik wat te impulsief.”

In Nijmegen maakte de keeper, die in 1998 met zijn viswinkel aan de Groesbeekse Dorpsstraat de nationale haringtest won, in de Eerste Klasse E bij SV Hatert vanaf 1999-2000 een doorstart. Op zondag 14 april 2002 haalde Erik op Sportpark De Vossendijk met zijn schwung landelijk de voorpagina’s van sportkranten. Als gelegenheidsspits, op het moment dat aan het einde van het seizoen z’n overgang naar De Treffers vast stond, scoorde hij tegen Jonge Kracht vijf doelpunten. Erik versloeg qua scoren en publieke belangstelling voor een keer z’n grote broer, want Roy bleef een dag daarvoor met Deportivo la Coruña tegen Espanyol (3-1) steken op twee goals.

Terug naar De Treffers met onze ervaringsdeskundige om de volgende tweeledige tip mee te krijgen: “Je moet als keeper rust uitstralen en doorzettingsvermogen hebben. Sommige doelverdedigers lijken wel onder stroom te staan als er een bal teruggespeeld wordt. Die onrust slaat altijd over op de verdediging, waardoor je wedstrijden kan verliezen. De tegenstander en het publiek hebben daar een zevende zintuig voor.” De ruwe bolster, blanke pit was een doorbijter. Tot in het absurde toe, wat de spreuk ‘Don’t try this in your own goal’ uitlokt: “Bij De Treffers heb ik bijna alles gespeeld. Vier weken nadat mijn schouder uit de kom was geschoten, speelde ik gewoon tegen Achilles’29. Vijf weken na mijn auto-ongeluk in november 2010 keepte ik alweer. In de voorbereiding op het seizoen 2011-2012 kon ik niet keepen door polsklachten. Twee seizoenen had ik al met tape gespeeld, maar trainer Johan de Kock dacht dat ik me aanstelde. Ondanks dat er acuut een operatie nodig was, omdat een stuk bot op een pees en een zenuw drukte, werd ik niet serieus genomen. Daardoor brak er iets in mij en ben ik bij De Treffers met pijn in mijn hart tijdens de winterstop abrupt gestopt.”

Dat verklaart waarom de vroegere fan van Stanley Menzo bij SV Nijmegen werkt aan een waardig voetbalafscheid: “Mijn schouder is inmiddels versleten. Meerdere malen uit de kom en slijtage door het vele vallen hebben ervoor gezorgd dat een groot deel van het gewricht verdwenen is. Een ingehuurde Belgische chirurg heeft er in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis een plaat in gezet. Keepen kan ik dus niet meer, maar de drang om te voetballen is er nog. Mijn vrouw, Angela, weet dat ik zonder voetbalwedstrijd niet te genieten ben in het weekend. Spelen als laatste man bij SV Nijmegen was bedoeld voor één speeljaar. Omdat ik er zo’n plezier in heb, ga ik nog een jaar door. ‘k Zie wel waar het schip strand.”

De kampioen van het meevoetballen geniet bij zijn huidige club van het aanstormende keeperstalent Dylan Jansen: “Hij is pas zeventien, maar voor de duvel niet bang. Mooi om te zien. Hij pakt de ballen soepel uit de hoek. Als hij wat wil weten, komt hij naar mij toe. Dylan is nog niet zo sterk in het meevoetballen. Daarom spelen we in oefenduels wat extra terug op hem. Meevoetballen kan je leren, lef en motoriek niet.”

Dat brengt de bewonderaar van Neuer en Courtois, die bij Bayern München ooit z’n ogen uitkeek toen Oliver Kahn beestachtig tekeer ging tijdens een keeperstraining, bij het populaire thema ‘meevoetballen’. De man die begon als voetballer, vervolgens keepte en nu als libero de cirkel rond maakt in de Vierde Klasse E, druist met advies nummer drie lijnrecht in tegen een alom aanwezige heiligverklaring van het meevoetballen voor de keepers van de toekomst: “Meevoetballen is niet het belangrijkste. Een keeper moet allereerst ballen tegenhouden. Hoe dat dondert niet. Niet elke keeper kan goed meevoetballen. Er zijn ook goede lijnkeepers. Belangrijk is wel dat de doelman een goede trap heeft. Over 40 meter een bal neer kunnen leggen, niet op de stropdas, maar toch met overtuiging, is belangrijk.”

Klassekeepers.com kan nog uren doorpraten met Erik Makaay over keepen. bijvoorbeeld over het feit dat opvoeders vaak een hoog verwachtingspatroon hebben: “Als een kind tegenwoordig een bal stopt, denken veel ouders meteen dat ze de nieuwe Stekelenburg in huis hebben. Ze zetten daarmee hun kind ongemerkt onder druk. Mij vertelden ze vroeger ook wat ik fout deed. Daar heb ik veel van geleerd.”

Erik Makaay SV Nijmegen

Erik Makaay haalt als laatste man van SV Nijmegen de angel uit een aanval van AWC. Foto: Maarten Omvlee

Een trap over 40 meter had de flamboyante jongste zoon van Ruud Makaay zelf ook. Op YouTube kan iedereen het bewijs daarvan bekijken. Op zondag 18 maart 2007 scoort het voetbalmaatje van Luuk Maes met De Treffers thuis tegen Babberich. Zijn uittrap in de zevenenvijftigste minuut wordt door de wind gedragen. Collega keeper Besselink timed verkeerd en loopt onder de stuit door: 3-0! “Een dag eerder had Paul Robinson, de goalie van Tottenham Hotspur, zo’n doelpunt gemaakt in de Premier League tegen Watford. Luuk zei daardoor tegen mij ‘da’s pas een keeper!’ Ik merkte tijdens de wedstrijd dat ik de tweede helft veel wind mee zou hebben, dus ik was er op een kwajongensachtige manier op gebrand om tegenover Maes m’n mannetje te staan. Toen dat lukte hebben we veel schik gehad tijdens de wedstrijd, de derde helft en de gebruikelijke broodje-shoarma-stop onderweg naar huis!” Gedreven komt de laatste tip van SV Nijmegens nummer 22 tevoorschijn: “Keepen is ook een kwestie van niet alleen denken, maar doen!”

Naar boven

KLASSEKEEPERS SHOP


Ontdek de #KlasseKeepers-hoodies!